Balans docentencorps ∴ relevantie van het docentencorps
Balans docentencorps: relevantie van het docentencorps. Een belangrijk element in het op niveau houden van een opleiding is het relevant blijven van het docentencorps. Met ‘relevant’ bedoelen we onder andere dat de docenten actief verbinding hebben en houden met de buitenwereld. En zodoende die buitenwereld – in gemodereerde vorm – naar binnen kunnen brengen. Op die manier kan het onderwijs zich blijven verhouden tot alle relevante ontwikkelingen in de beroepspraktijk en maatschappij. En blijft het onderwijs van docenten up-to-date. Vanuit dat perspectief is het verstandig om naar de carrièrefases te kijken van de verschillende docenten, de balans tussen die verschillende fases en hoe je er, als opleiding, enige invloed op kunt uitoefenen.
De eerste carrièrefase
Balans docentencorps: relevantie van het docentencorps. De eerste carrièrefase is voor alle docenten ongeveer hetzelfde. Vrijwel iedere beginnende docent in het kunst- en ontwerponderwijs zal ook een beroepspraktijk in de beginfase hebben. De motivatie voor het starten van een docentenpraktijk parallel aan een beroepspraktijk is vaak een combinatie van financiële en inhoudelijke aard. Financieel omdat die beginnende beroepspraktijk nog te weinig oplevert, wisselvallig is, etc. Inhoudelijk omdat men serieuze interesse heeft in het docentschap, of de voordelen ziet van het combineren van een beroeps- en docentenpraktijk. Zo word je als docent geconfronteerd met andere zienswijzen en benaderingen van studenten en collega’s waarmee je weer je voordeel kunt doen in je beroepspraktijk.
Beginnende docenten zullen niet meteen een grote aanstelling krijgen. Ze hebben immers ook een beginnende beroepspraktijk die extra aandacht zal vragen. Daarnaast moeten ze voor hun docentenpraktijk nog ervaring en de bijbehorende vereiste didactische vaardigheden opdoen.
In een enkel geval zal een beginnend docent geen beroepspraktijk hebben.1Lees verder over de inbreng van docenten. Denk hierbij bijvoorbeeld aan docenten die onderzoek doen of die ‘theorievakken’ geven die niet rechtstreeks gelinkt zijn aan ervaringen en inzichten uit een beroepspraktijk.2Lees verder[£Theorie- en praktijkdocenten] over theorie- en praktijkdocenten. Mogelijk geeft een dergelijke docent les bij meerdere opleidingen om op die manier voldoende inkomen te genereren.
Een volgende fase
Balans docentencorps: relevantie van het docentencorps. Kijken we allereerst naar het carrièreverloop van docenten met een beroepspraktijk, dan vallen een aantal zaken op. In het algemeen zal een carrière groeien in de eerste decennia. Een ontwerper, beeldend kunstenaar, componist, theatermaker, etc. krijgt haar eerste opdrachten en rondt die met succes af. Zij krijgt daardoor meer en ook nieuwe opdrachten ook van andere opdrachtgevers en bouwt op die manier een netwerk op.
Vervolgens kan succes (en dus ook veel werk) op zeker moment leiden tot dilemma’s. Ga ik mensen aantrekken om voor mij te werken? Of blijf ik dit toch alleen doen en ga ik exclusiever worden? En bijvoorbeeld opdrachten weigeren of mijn ‘prijs’ flink verhogen? Of ga ik mij meer richten op het verder ontwikkelen en zichtbaarder maken van mijn artistieke stem en herkenbaarheid? Daarnaast bestaat een netwerk met name uit persoonlijke relaties, betrokkenen worden echter ouder en/of veranderen van baan. Dus rijst de vraag of en, zo ja, hoe je je netwerk weer kunt uitbreiden en diversifiëren?
Andere bepalende factoren met betrekking tot bovenstaande vragen kunnen de ontwikkelingen binnen de desbetreffende discipline en de culturele en creatieve werkvelden zijn. Allerlei technologische ontwikkelingen zoals AI kunnen een vakgebied aanzienlijk veranderen in relatief korte tijd. Hoe een maker met dit alles omgaat is sterk afhankelijk van haar gerichtheid en drive, en de gevoelde (financiële) noodzaak.
Balans docentencorps: relevantie van het docentencorps. Als je als maker ook nog een onderwijspraktijk hebt, zal dat ook sterk van invloed zijn op het bovenstaande. Daar waar een beroepspraktijk altijd een vrij grote mate van onzekerheid geeft in met name financieel opzicht, kan een onderwijspraktijk juist meer zekerheid geven door het hebben van een vaste aanstelling. Het kan dus gebeuren dat een docent vanuit dat perspectief steeds meer betrokken raakt bij haar docentenpraktijk met een bijbehorende tijdsinvestering waarbij haar beroepspraktijk langzaam maar zeker meer op de achtergrond raakt. Misschien heeft ze ook niet zo veel zin meer om opdrachten te werven of in opdracht te werken. Misschien is ze in een fase van haar leven waarin een onderwijspraktijk beter past dan een beroepspraktijk. Is ze alleen? Of is er een partner? Een stabiele relatie? Zijn of komen er kinderen? Is er een huur- of koopwoning (met een hoge hypotheek)? Wat is het inkomen van de eventuele partner? Ogenschijnlijk prozaïsche vragen maar wel van invloed.
Balans docentencorps: relevantie van het docentencorps. Het kan echter ook gebeuren dat een docent haar beroepspraktijk verder ontwikkelt en ‘bewaakt’. Dit terwijl haar onderwijspraktijk op niveau blijft maar niet veel verder groeit. De docent zoekt en bewaakt zelf de balans tussen die twee praktijken (als het goed is) in samenwerking met de opleiding. Op zich is dit er niet eenvoudiger op geworden de laatste decennia omdat er in toenemende mate eisen aan een docent worden gesteld zoals het behalen van een didactische bevoegdheid maar de combinatie komt zeker voor op kunst- en ontwerpopleidingen.
De docent zonder beroepspraktijk zal deels een vergelijkbare ontwikkeling doormaken. Enerzijds hoeft ze zich geen zorgen te maken over de balans tussen een beroeps- en docentenpraktijk maar anderzijds kan alleen een docentenpraktijk relatief snel tot verstarring leiden. Ook deze docent heeft het nodige perspectief in haar carrière nodig. Een heel leven lang alleen muziekleer geven leidt onherroepelijk tot verstarring. 
De laatste fase
Balans docentencorps: relevantie van het docentencorps. Als opleiding kun je dus te maken krijgen met oudere docenten die voorheen een bloeiende beroepspraktijk hadden maar die vandaag de dag niet zoveel meer ‘doen en maken’. De verbinding met de buitenwereld bestaat vooral uit oudere relaties die mogelijk relevantie verliezen. Door die mogelijk minder relevante verbinding kan ook de relevantie van de lesinhoud van de docent afnemen. Uiteraard zal de docent nog steeds geconfronteerd worden met (nieuwe) ideeën, benaderingen en zienswijzen van studenten en collega’s. Het vermogen om zich daar echt toe te verhouden kan afnemen omdat er geen referentiekader meer is vanuit de huidige beroepspraktijk. Iedere kunst- en ontwerpopleiding krijgt met dergelijke ontwikkelingen te maken. Belangrijk is ook hier dat er perspectief is. Naast de in de vorige fase al genoemde ontwikkelingsmogelijkheden is ook de rol van senior docent mogelijk die bijvoorbeeld beginnende docenten kan begeleiden.
Consequenties voor en de rol van de opleiding
Balans docentencorps: relevantie van het docentencorps. Voor een opleiding betekent dit dat de studieleiding goed inzicht moet hebben in de stand-van-zaken en de toekomstige ontwikkelingen van haar docenten met het oog op het relevant blijven van de opleiding. Het vraagt bijvoorbeeld om het verstandig omgaan met het geven van vaste aanstellingen. Voor iedere docent die een vaste aanstelling krijgt moet ook een toekomstperspectief besproken en uitgewerkt zijn. Uiteraard kan zo’n perspectief wijzigen door de jaren heen maar het is wel een onderwerp dat door studieleiding en docent besproken moet kunnen worden indien nodig. Dit om te voorkomen dat de lespraktijk van een docent gaat verstarren. Het perspectief kan liggen op de terreinen onderwijs, onderzoek, begeleiding, organisatie en leiding. Afhankelijk van de gerichtheid en talenten van de docent en afhankelijk van de behoeftes van de opleiding.
Als je dit allemaal leest kan het lijken dat het sappelen is met de ‘oudere docent’. Dat hoeft echter helemaal niet want de oudere docent, zonder of met een kleine beroepspraktijk, heeft, als het goed is, in de vorige fase al een aantal stappen gezet en een ontwikkeling doorgemaakt zoals eerder beschreven.
Balans
Balans docentencorps: relevantie van het docentencorps. Het zal duidelijk zijn dat zowel de docenten als de studieleiding een verantwoordelijkheid hebben in dit hele proces. De docent kan reflecteren op haar carrière en haar toekomst en die reflectie delen met de studieleiding.
Naast informele gesprekken hierover tussen docent en studieleiding is er het jaarlijkse meer formele functioneringsgesprek dat bedoeld is om de ontwikkelingen op het gebied van dit soort onderwerpen vast te leggen. Door deze gesprekken (formeel en informeel) heeft de studieleiding overzicht op het docentencorps als geheel en zicht op de carrièrefasen waarin docenten zich bevinden. Ze kan vanuit dat overzicht aangeven wat de (on)mogelijkheden zijn voor de verdere carrière van de docent binnen de opleiding. De studieleiding zal immers de balans willen bewaren binnen het docentencorps. De balans tussen de verschillende carrièrefasen en de gerichtheden van het hele corps. Vanuit dat overzicht kan ze maatregelen nemen zoals bijvoorbeeld het aanstellen van meer docenten met een beroepspraktijk of het opzetten van een specifieke onderzoekslijn die én perspectief biedt aan een aantal docenten én de opleiding ten goede komt.
Ga terug naar het overzicht van alle artikelen over balans in het docentencorps.
Voetnoten
- 1Lees verder over de inbreng van docenten.
- 2Lees verder[£Theorie- en praktijkdocenten] over theorie- en praktijkdocenten.
