Projectonderwijs ∴ de begeleiding
Projectonderwijs: de begeleiding. Een van de functies van projecten in het laatste studiejaar is de student voor te bereiden op ‘de complexe praktijk in de werkvelden’. Dat betekent dat de projecten in zoveel mogelijk aspecten die complexe praktijk moeten weerspiegelen. Gevolg van die complexiteit is dat er, net zoals in de praktijk, gemakkelijk iets fout kan gaan. Op zich is dit niet erg want niks is zo leerzaam als mislukkingen maar uiteraard is het niet het vooropgezette doel dat er dingen misgaan in het project
De projecten weerspiegelen de complexe praktijk van de werkvelden maar vinden ook plaats in een educatieve context. In dit artikel gaan we dieper in op de begeleiding van deze projecten en de diverse rollen daarbinnen. We bespreken ook de zogenaamde begeleidingsschil waarin begeleidende docenten, tutoren, opdrachtgevers, coördinatoren en eventuele experts samenwerken.
Vakinhoudelijke begeleiding
Er zijn verschillende vormen van begeleiding te onderscheiden. Ten eerste is daar de vakinhoudelijke begeleiding. Soms bevinden alle disciplines in een project zich in hetzelfde domein (design, muziek, of dergelijke).
Vaker is een project echter multidisciplinair: het raakt verschillende domeinen, bijvoorbeeld zowel design als muziek. In een dergelijk project zijn er twee begeleidende docenten1In het vervolg van dit artikel gebruiken we de uitdrukking ‘begeleidend docent’ ook als er mogelijk meerdere begeleidende docenten zijn. nodig, een vanuit muziek en een vanuit design. Die twee docenten spreken bijvoorbeeld wekelijks gezamenlijk de studentengroep en geven vanuit hun expertise feedback op de voortgang van het project. Ze kunnen elkaar ook afwisselen zodat de studentengroep de ene week feedback krijgt vanuit het design-perspectief en de andere week vanuit het muziek-perspectief. Deze laatste vorm vraagt dan wel om overleg tussen de twee docenten zodat zij in ieder geval op de hoogte zijn van elkaars feedback.
Een combinatie van beide begeleidingsvormen is meestal het effectiefst. De gezamenlijke vorm is dan goed bruikbaar in de eerste periode waarin de studenten vaak nog zoekende zijn, ook als groep, om hun eigen ideeën en concepten te ontwikkelen. Als een dergelijke groep in de beginfase dan geconfronteerd zou worden met wekelijks wisselende feedback zou dat snel averechts kunnen werken in die zin dat men alle kanten begint uit te zwalken en/of er interne onenigheid ontstaat. In een later stadium waarin de groep overtuigder is geworden als het gaat om hun eigen inzichten en concepten kan een afwisselende begeleiding en feedback juist goed werken omdat dit de groep uitdaagt om die eigen inzichten en concepten goed te onderbouwen en te verdedigen naar aanleiding van die wisselende feedback.
Bij beide vormen is er een wekelijkse bijeenkomst met de studentengroep waarbij de studenten work-in-progress presenteren, de docenten feedback geven en er afspraken gemaakt worden over te nemen stappen in de komende week.
Procesmatige begeleiding
Projectonderwijs: de begeleiding. De begeleidend docent ondersteunt de studentengroep ook in het proces. Dit betekent dat zij zich ook laat informeren door de studentengroep over het groepsproces. Hierbij gaat het om vraagstukken als Heeft iedereen een rol, een functie binnen de groep? Is die rolverdeling ook duidelijk voor iedereen? Zijn er interne tegenstellingen of conflicten en, zo ja, hoe gaat de groep daarmee om? Is de groep in staat om een bepaalde manier van werken te hanteren?
Naast laten informeren kan de docent in kwestie ook het groepsproces monitoren tijdens bijvoorbeeld een contactmoment met de opdrachtgever. Bij zowel de vakinhoudelijke als de procesmatige begeleiding is het van belang dat de begeleidend docent de groep ook fouten laat maken en dus niet gelijk ingrijpt als er iets fout dreigt te gaan. Het zelf ervaren levert, zoals bekend, een veel sterkere leerervaring op.
Overleg met de opdrachtgever
De begeleidend docent is dus aanwezig bij de contactmomenten van de groep met de externe opdrachtgever. Of dat alle contactmomenten moeten zijn is ter beoordeling van de begeleidend docent zelf. Zij is in ieder geval aanwezig bij het eerste contact, de briefing vanuit de opdrachtgever, bij de concept(en)presentatie door de studenten, en bij de eindpresentatie van de studenten.
Het is belangrijk om deze momenten als begeleidend docent bij te wonen om, zoals gezegd, het groepsproces te kunnen monitoren. Daarnaast is het handig om, naar aanleiding van zo’n contactmoment, te overleggen met de externe opdrachtgever over de voortgang van het project. In zo’n overleg kunnen ervaringen uitgewisseld worden en wordt regelmatig ook een ‘strategie’ wat betreft de benadering van de studentengroep besproken. 
Expert
Projectonderwijs: de begeleiding. Indien nodig naar het inzicht van de begeleidend docent kan er ook een expert ingeschakeld worden. Dit kan nodig zijn als er een vakinhoudelijke of onderzoekstechnische impuls nodig is voor het project die niet of lastig geleverd kan worden door de begeleidend docent of door de groep zelf. In zo’n situatie kan de begeleidend docent een dergelijke expert inschakelen of kan de groep dat zelf regelen. Het kan een docent vanuit de hogeschool zijn maar er kan ook sprake zijn van een externe expert.
En als er specifieke input vanuit de context van het vraagstuk nodig is die niet of lastig geleverd kan worden door de opdrachtgever kan er ook een expert op dat gebied ingeschakeld worden. Denk bijvoorbeeld aan iemand die veel praktijkervaring heeft met demente bejaarden en hun leefomgeving in het geval dat het vraagstuk ‘een interactieve auditieve omgeving voor demente bejaarden’ betreft.
Gebruikers
Gebruikers kunnen het nodige inzicht geven in het gebruik van de mogelijke oplossing van het vraagstuk. In bovenstaand voorbeeld zijn dat de demente bejaarden zelf die simpelweg door hun gebruiksgedrag aangeven of de oplossing werkt of niet.
Coördinator
Projectonderwijs: de begeleiding. Bij de start van een project wordt de studentengroep gevraagd om iemand uit de groep aan te stellen als projectcoördinator. Deze student besteedt meer aandacht aan een goed verloop van het project in samenwerking met de andere studenten, de begeleidend docent en het projectenbureau.
Zij zorgt ook voor de benodigde verslaglegging op een dusdanige manier dat het project inzichtelijk is voor derden zoals de begeleidend docent, de studieleiding en de opdrachtgever. Ze zorgt ook voor het opstellen van een projectplanning in de tijd en ziet toe op de afgesproken taakverdeling binnen het team.
Coördinatoren van het projectenbureau hebben ieder een aantal projecten onder hun hoede. Zij zijn ook betrokken bij het voortraject (het ontwikkelen van deze projecten in samenwerking met de opdrachtgevers en betrokken opleidingen) en dus goed op de hoogte van de projecten in kwestie. Deze coördinatoren hebben een driewekelijks overleg met de studenten-projectcoördinatoren. Overleg waarin in gezamenlijkheid de voortgang van de projecten wordt besproken, eventuele problemen worden gesignaleerd, de projectcoördinatoren advies krijgen maar elkaar ook onderling advies geven. Al met al een vorm van kwaliteitszorg van het groepsproces en projectverloop.
Tutor
De tutor is onderdeel van de reguliere begeleiding van studenten in de vier studiejaren in de bachelorstudie2De focus van de tutorbegeleiding ligt op de eerste studiejaren. Begeleiding neemt gaandeweg de studie af omdat de student geacht wordt steeds meer een ‘zelfstandig functionerende jonge professional’ te worden. Er zijn echter altijd uitzonderingen zoals studenten met bepaalde functiebeperkingen, leerachterstanden, etc. die ervoor zorgen dat de tutor ook een begeleidingstaak heeft in de eindstudie.. De tutor bespreekt met de studentengroep gezamenlijk het groepsproces. Studenten doen dit ook al met de begeleidend docent maar met de tutor is er sprake van een vertrouwensrelatie die opgebouwd is tijdens de studie omdat de tutor niet beoordeelt maar alleen adviseert, ondersteunt en begeleidt.
Opdrachtgever
Projectonderwijs: de begeleiding. Formeel gesproken is de opdrachtgever geen onderdeel van de begeleiding want zij maakt geen deel uit van de onderwijsorganisatie. In de praktijk vormt de opdrachtgever, al dan niet met opzet, wel onderdeel van de begeleiding omdat zij ontegenzeggelijk invloed heeft op de studentengroep. Een opdrachtgever kan de groep stimuleren, bijsturen en corrigeren. Stimuleren van studenten om nieuwsgierig te zijn, onderzoek te doen in de vorm van experimenten e.d. Bijsturen als de groep echt ‘een doodlopende steeg dreigt in te gaan’ en de tijd dat niet meer toelaat (zolang de tijd dat wel toelaat kan dit uiteraard een leerzame ervaring zijn). Corrigeren als de groep bijvoorbeeld uitgaat van foute of niet goed onderzochte vooronderstellingen, bijvoorbeeld over de gebruikers of een niet goed uitgevoerd gebruik(er)sonderzoek.
En een opdrachtgever kan, zoals in bovenstaande alinea’s al aangegeven, ook samenwerken met de begeleidend docent om bepaalde feedback niet via de docent maar via de opdrachtgever te laten lopen. Dit omdat de relatie opdrachtgever -> student nu eenmaal een dwingender karakter heeft dan de relatie docent -> student.
Begeleidingsschil
Alle bovengenoemde personen vormen gezamenlijk de zogenaamde begeleidingsschil die als het ware om de groep studenten heen zit (zie onderstaande illustratie). Om een dergelijke schil goed te laten functioneren is er de nodige afstemming tussen de betrokkenen nodig. Spin in dit web is de begeleidend docent aangezien die de studentengroep het dichtst op de huid zit en andere betrokkenen kan informeren over het functioneren van de groep. De afstemming vindt op een paar momenten tijdens de projectperiode formeel plaats maar verloopt met name informeel op aangeven van de begeleidend docent of een van de andere betrokken begeleiders.

Conclusie
Projectonderwijs: de begeleiding. Het zal duidelijk zijn dat er het nodige gevraagd wordt van de begeleidend docent. Zo maar iemand uit de werkvelden een project laten begeleiden is zonder ondersteuning of scholing daarom niet echt een optie. Begeleiding door een meer ervaren docent en/of scholing op het gebied van begeleiding van groepsprocessen zijn voorwaarden om tot begeleidend docenten te komen die voldoende handvatten hebben om daadwerkelijk de complexe projecten goed te kunnen begeleiden. Complex maar niet persé gecompliceerd vanuit didactisch, organisatorisch, contextueel en vakinhoudelijk oogpunt.
Ga terug naar het overzicht van alle artikelen over projectonderwijs.
Voetnoten
- 1In het vervolg van dit artikel gebruiken we de uitdrukking ‘begeleidend docent’ ook als er mogelijk meerdere begeleidende docenten zijn.
- 2De focus van de tutorbegeleiding ligt op de eerste studiejaren. Begeleiding neemt gaandeweg de studie af omdat de student geacht wordt steeds meer een ‘zelfstandig functionerende jonge professional’ te worden. Er zijn echter altijd uitzonderingen zoals studenten met bepaalde functiebeperkingen, leerachterstanden, etc. die ervoor zorgen dat de tutor ook een begeleidingstaak heeft in de eindstudie.
