Curriculumontwerp ∴ toetsen en doorontwikkelen

Curriculumontwerp: toetsen en doorontwikkelen. Het toetsen van het curriculum bestaat in principe uit een cyclus van kijken en bevragen, en dan doorontwikkelen. Met als belangrijk element de communicatie met de studenten en docenten zodat deze daadwerkelijk ervaren dat hun feedback van waarde is. Er zijn vijf samenhangende benaderingen om richting te geven aan het (door)ontwikkelen van het curriculum, zie onderstaande afbeelding. Dat loopt van een helikopterperspectief met nadruk op de bedoeling tot aan het uitvoeren van de onderwijseenheden. Daarbij zijn de pijlen vanuit ‘Toetsing’ naar de verschillende benaderingen van het curriculum essentieel om het curriculum relevant te houden. Er is bijvoorbeeld de toetsing van de uitvoering van lesmodules die kan doorwerken in de hoofdindeling en misschien tot in de inhoudelijke lijn, en soms zelfs de visie. En andersom.1Zie ook het artikel Kernvragen en toetsing. Belangrijk daarbij is de onderlinge consistentie van de verschillende benaderingen. In dit artikel bespreken we de toetsing van een aantal van die benaderingen, die onderlinge consistentie en de communicatie.

Kijken

Curriculumontwerp: toetsen en doorontwikkelen. Toetsen begint vaak simpelweg met kijken. Kijken naar wat er gebeurt als er iets gedaan is. Dat kijken kan op een formele en informele manier plaatsvinden. En het kijken kan op de korte termijn gebeuren (“Wat heb ik gisteren teruggehoord van studenten na afloop van mijn les en welke consequenties heeft dat voor mijn les volgende week?”) en op de lange termijn (“Wat heb ik, nu ik vier jaar gewerkt heb in de creatieve industrie, gemist in mijn opleiding?”) gebeuren.

Het formele kijken

Zo zijn er allerlei formele organisatievormen en procedures om (onder andere) te toetsen die vanuit de overkoepelende hogeschool of door de opleiding zelf zijn ingesteld. Denk aan klassenvertegenwoordigers, opleidingscommissie, medezeggenschapsraad, examencommissie, medewerkers-tevredenheidsonderzoek, functioneringsgesprekken, verschillende vormen van overleg, module-evaluaties etc. In feite zijn deze organisatievormen manieren om allerlei gremia vanuit verschillende perspectieven te laten kijken naar de organisatie. Hoe wordt het lesprogramma ervaren door een klas? Wat zijn vragen en behoeftes vanuit docenten en studenten wat betreft de organisatie van het onderwijs, het curriculum, etc.
De procedures geven de gelegenheid om bepaalde ervaringen, problemen en wensen te benoemen en expliciet te maken. Een online studentenevaluatie van een lesmodule geeft het nodige inzicht in de ervaringen van studenten, mogelijke problemen en ideeën voor oplossingen van die problemen rond die module. Als studentenevaluaties echter een herhalend patroon laten zien kunnen ze bijvoorbeeld ook leiden tot een herziening van de hoofdindeling of inhoudelijke lijn.

Het informele kijken

Curriculumontwerp: toetsen en doorontwikkelen. En er is het informele kijken. Dit raakt aan het kijken naar en ervaren van het verloop van een overleg, de sfeer tijdens een docentenvergadering, het contact op de werkvloer tussen studenten en docenten, etc. Als docent maar ook als leidinggevende kun je je terugtrekken op je eigen kamer maar je kunt ook prima zonder kamer functioneren en je met je laptop op de afdeling begeven en in de docentenkamer gaan werken. En rondlopen. En kijken. Als concentratie nodig is, is er altijd wel een kamer te reserveren in het gebouw of werk je een dag thuis.

Verzamelen en bestuderen

Verzamelen en bestuderen spelen ook een belangrijke rol bij kijken. Het verzamelen van bijvoorbeeld formeel en informeel, intern en extern toetsmateriaal etc. Het bestuderen gaat om het analyseren van dat materiaal, het leggen van onderlinge verbanden, erover discussiëren etc. Activiteiten die tot een goed overwogen en op ervaringen berustend vervolg kunnen leiden. Bij een lesmodule of onderwijseenheid zal een dergelijk vervolg bij de eerstvolgende keer dat die module of onderwijseenheid uitgevoerd wordt al zichtbaar zijn. Bij de andere onderdelen van het curriculum zoals de hoofdindeling, inhoudelijke lijn en visie zal hier veel meer tijd overheen gaan gezien de complexiteit van die onderdelen.

Vragen

Curriculumontwerp: toetsen en doorontwikkelen. In het artikel Curriculumontwerp: kernvragen en toetsing presenteren we een aantal toetsvragen. Vragen die op verschillende manieren en op verschillende momenten door verschillende mensen gesteld kunnen worden. Het is verstandig van deze vragen vast te leggen wanneer, hoe en door wie ze gesteld worden zodat ze op de agenda van de opleiding blijven. Dit hoeft allemaal niet te strikt of formalistisch, het gaat erom dat de vragen als normaal onderdeel af en toe aan de orde komen.

Toetsen uitvoering

Het toetsen van de uitvoering van modules (onderwijseenheden) en het effect daarvan is het meest voor de hand liggend. Je (docent) doet iets (lesgeven) met/voor iemand (student) en je vraagt die laatste na afloop wat haar ervaringen waren zodat je je lessen kunt verbeteren. Dit is een relatief korte cyclus met als randvoorwaarden de vaststelling van het curriculum en het beschrijven van de onderwijseenheden. Naar aanleiding van de uitkomsten van het toetsen, wordt de onderwijseenheid wel of niet aangepast, vervangen of komt hij te vervallen. De onderwijseenheid wordt vervolgens weer in wel of niet aangepaste vorm of in een vervangende vorm uitgevoerd waarmee de cyclus weer opnieuw begint.

Toetsen visie

Curriculumontwerp: toetsen en doorontwikkelen. Het toetsen van de visie heeft een andere, tragere cyclus. Dit staat meestal niet structureel op de agenda van een opleiding en gebeurt vaak naar aanleiding van een aantal ervaringen binnen het onderwijs, door ontwikkelingen binnen de werkvelden, door inbreng van docenten en/of studenten, een combinatie van factoren dus. Factoren die al over een langere periode aanwezig zijn wat inherent is aan de essentie van een visie, je gaat niet over een nacht ijs om je visie bij te stellen. Het zal niet zo zijn dat een enkele gebeurtenis of een eerste idee al voldoende is om de visie te wijzigen. Er is hier dus sprake van een lange cyclus die niet alleen intern is maar ook allerlei externe bepalende invloeden kent. Een cyclus die ook veel complexer is dan die van de onderwijseenheid.

Wil je een relevante vorm van toetsing in deze cyclus aanbrengen, dan breng je de visie en bijbehorende uitgangspunten onder woorden want je moet natuurlijk weten wat je gaat toetsen. Dit mag van de ene kant best gevoelsmatig zijn maar zou van de andere kant de mensen wel moeten aanzetten er op te gaan letten. Vervolgens kun je, vanuit dat perspectief, kijken naar de uitvoering van een aantal onderdelen waarin die visie en uitgangspunten tot uiting komen.Inrichting curriculum: toetsen Dat kan de inhoud van lesmodules en onderwijseenheden zijn, of een inhoudelijke lijn door het curriculum heen, maar ook de manier waarop de samenwerking tussen docenten is georganiseerd of de gehanteerde lesvormen of de houding van docenten naar studenten. Een combinatie van uiteenlopende factoren die soms vrij feitelijk en soms vooral voelbaar zijn.

Je kijkt dan of de uitvoering van die onderdelen in lijn is met de visie en uitgangspunten. Regelmatig zal het betekenen dat niet de visie maar de onderdelen aangepast moeten worden maar de uitkomst kan ook echt zijn dat de visie en uitgangspunten aangepast moeten worden. Zoals gezegd is dit iets wat de nodige tijd en toetsingen vraagt en ook daadwerkelijk gevoeld en als urgent ervaren moet worden. Deze toetsing – het kijken of de uitvoering van de verschillende onderdelen in lijn is met de visie en uitgangspunten – raakt aan de mate van consistentie tussen de verschillende onderdelen. “Er klopt iets niet in ons verhaal in verhouding tot onze praktijk”.

Toetsen inhoudelijke lijn en hoofdindeling

Curriculumontwerp: toetsen en doorontwikkelen. Deze benaderingen vormen de eerste concrete vertaalslagen van de visie en zijn daardoor eenvoudiger te toetsen dan de visie. Een inhoudelijke lijn kan bijvoorbeeld bijgesteld worden naar aanleiding van de toetsingen van een aantal lesmodules waardoor men constateert dat er een fundamenteel onderwerp ontbreekt in de lijn. Of dat de hoofdindeling bijgesteld moet worden omdat de volgorde van onderwerpen in het curriculum niet klopt. Een bijstelling die gebaseerd kan zijn op de toetsingen van een aantal opeenvolgende lesmodules.

Ingrijpende externe invloeden zoals de ontwikkeling van AI kunnen ook van invloed zijn op de inhoudelijke lijn en hoofdindeling. In een studierichting die technologie als zwaartepunt heeft zal AI sneller de inhoudelijke lijn en hoofdindeling beïnvloeden dan in een studierichting klassieke muziek.

Doorontwikkelen

Curriculumontwerp: toetsen en doorontwikkelen. Kijken en vragen zijn noodzakelijk want ze vullen elkaar aan en functioneren ook als een check van elkaar (“de schriftelijke beoordeling van deze lesreeks is positief maar ik heb toch ook andere signalen gehoord van studenten in de kantine”). Uiteindelijk zijn kijken en vragen alleen zinvol als er ook conclusies worden getrokken en als daar weer acties uit volgen. Als je wil, zoals wij, dat doorontwikkelen bij de dagelijkse praktijk hoort heb je hier een van de belangrijke voedingsbodems voor dat doorontwikkelen.2Zie ook de minireeks over doorontwikkelen.

Doorontwikkelen kan inhouden dat een project een andere begeleidingsvorm krijgt naar aanleiding van de feedback van studenten en de analyse daarvan. Dat voor de uitvoering van een lesmodule een andere combinatie van docenten wordt ingezet omdat er teveel inhoudelijke overlap is tussen twee docenten. Of dat de inhoudelijke lijn van een curriculum deels opnieuw geformuleerd wordt naar aanleiding van technologische ontwikkelingen zoals AI.

Tenslotte

Curriculumontwerp: toetsen en doorontwikkelen. Zoals inmiddels duidelijk zal zijn is het toetsen aan de rechterkant (de beschrijving van de module/onderwijseenheid en de uitvoering en het effect daarvan) van bovenstaande illustratie de meest simpele variant en wordt het toetsen complexer naarmate je naar links schuift in de richting van visie. Dat laatste toetsen kan het beste opgenomen worden in een (meer)jaarlijkse cyclus om de ervaringen en nieuwe dingen bijeen te brengen en het zo structureel op de agenda van een opleiding te brengen. Als dat goed voorbereid is ben je er in ieder geval van verzekerd dat het goed besproken wordt.

Curriculumontwerp: toetsen en doorontwikkelen. Een laatste opmerking met betrekking tot toetsen van de verschillende benaderingen van het curriculum. Een veel voorkomend probleem is dat veranderingen die voortkomen uit het toetsen pas na bijvoorbeeld een jaar daadwerkelijk zichtbaar worden. Een lesmodule die gewijzigd wordt naar aanleiding van de feedback vanuit studenten zal pas een jaar later in gewijzigde vorm plaatsvinden. De studenten die de feedback hebben gegeven, maken die gewijzigde module niet meer mee aangezien zij dan in een hoger studiejaar zitten. Daarom is niet alleen het sluíten van de cyclus ‘uitvoeren – toetsen – wel of niet aanpassen of vervangen – opnieuw uitvoeren’ belangrijk. De communicatie over deze cyclus is net zo essentieel. Als betrokkenen weinig of geen informatie krijgen over wat er wel of niet gedaan is met hun feedback zullen zij ook niet snel geneigd zijn om een volgende keer weer feedback te geven. De cyclus eindigt dus met communicatie: uitvoeren – toetsen – wel of niet aanpassen of vervangen – opnieuw uitvoeren – communiceren.

 

Ga terug naar het overzicht van alle artikelen over de (door)ontwikkeling van het curriculum.

Voetnoten

IJzermans, Jan J. & Machielse, Rens (2026) De kunst van ontwerponderwijs. https://dekunstvanontwerponderwijs.nl/curriculumontwerp-toetsen-en-doorontwikkelen/