Balans docentencorps ∴ gender
Balans docentencorps: gender. Met een goede balans qua gender bedoelen we dat er voldoende feminiene en masculiene eigenschappen in het docentencorps aanwezig zijn. Dit soort eigenschappen zijn erg bepalend zijn voor de cultuur, de sfeer in een docentencorps. Er is geen harde koppeling tussen de verhouding tussen masculiene en feminiene eigenschappen en de verhouding tussen mannen en vrouwen. Maar het is ook niet zo dat er totaal geen koppeling is. Niet voor niets is er in de maatschappij de beweging om meer vrouwelijke leiders aan te stellen opdat er een betere balans tussen masculien en feminien leiderschap zal ontstaan.
Tijdens een sollicitatiegesprek bij HKU Muziek en Technologie voor een docent-vacature werd de sollicitant bevraagd door een vierkoppige commissie. Na een bepaalde vraag van de commissie bleef het lang stil waarbij de sollicitant met gebogen hoofd overduidelijk lang zat na te denken. Uiteindelijk was het antwoord ”Dat weet ik niet”. De vier commissieleden knikten naar elkaar over het hoofd van de sollicitant, daarmee bevestigend “Dit is mogelijk iemand die we nodig hebben”.
Zijn lange nadenken plus zijn antwoord gaven de commissie duidelijk het idee dat hier iemand zat die er niet specifiek op uit was om zich beter voor te doen dan hij was. Die de tijd nam om ergens over na te denken, en die zonder blikken of blozen aangaf dat hij iets niet wist of begreep. Zonder te beweren dat het gedrag vooral feminien was, was het wel gedrag dat ons docentencorps weer een stapje verder zou kunnen brengen. Wij wilden hem in ieder geval graag op proef nemen in het docentencorps vanwege deze combinatie.
Balans
Balans docentencorps: gender. Een eerste stap in het ontwikkelen van een goede balans is het aannamebeleid. Bij het ontwikkelen van dat beleid met betrekking tot nieuwe docenten of in een concrete sollicitatieprocedure is het m/v-onderscheid in eerste instantie het enige middel dat een opleiding tot haar beschikking heeft. Kwalificaties die zich richten op masculiene en feminiene eigenschappen zullen regelmatig in een vacaturetekst vermeld worden. Maar je kunt niet wegkomen met een sollicitatietekst alleen. Het gaat om de feitelijke inbreng en het feitelijke gedrag van de betrokkene. Je zult dit gedrag dus willen meemaken voordat je iemand aanneemt.
Uiteraard gaat dit ‘meemaken’ maar tot op zekere hoogte. ‘The proof of the pudding is in the eating’ oftewel het moet uiteindelijk in de praktijk duidelijk worden hoe een docent zich gedraagt in dit opzicht. Door dit in de gaten te houden, kan de opleiding hier tot op zekere hoogte sturend in werken. Sturend door bijvoorbeeld die docenten te laten samenwerken die mogelijk de gewenste combinatie van masculien en feminien gedrag opleveren. Dit kan, zoals gezegd, maar tot op zekere hoogte want allerlei andere factoren, bijvoorbeeld de specifieke vakgebieden van docenten, spelen vaak een bepalender rol.
Ga terug naar het overzicht van alle artikelen over balans in het docentencorps.
