Uitgangspunten ∴ ontwerpend werken
Ontwerpend werken
Uitgangspunten: ontwerpend werken. In alle vakken van de kunst- en ontwerpopleidingen is een ontwerpende houding essentieel. Ze is ook belangrijk in het kunst- en ontwerponderwijs zelf, het ontwerpen van dat onderwijs en het kunst- en ontwerponderzoek.
Een ontwerpende houding houdt voor ons in het tegelijkertijd rekening houden met, onderzoek doen naar en gebruik maken van de context, de relevante manieren
De ontwerpende houding richt zich dus op de integratie van alle relevante aangelegenheden rond hetgeen gemaakt wordt. Een ander kenmerk van deze houding is dat je dingen blijft ontwikkelen en onderzoeken. Dit gebeurt in een al maar doorgaand proces dat maar ten dele afhankelijk is van het huidige project. Maar wel levert het op gezette tijden concrete resultaten, insteken of inzichten.1Lees verder.
Naar bevind van zaken
Uitgangspunten: ontwerpend werken. Bij deze doorgaande ontwikkeling werk je naar bevind van zaken. Je hebt wel een idee maar niet meteen een plan van hier tot het punt op de horizon. Je hebt het nodig dingen uit te proberen om te kijken waar het eigenlijk om gaat. Bewegen leidt tot bewegen. De boel moet zich ontwikkelen door te doen en daarop te reflecteren en weer te doen, enzovoort. Eerder dan een probleem op te lossen ben je bezig het ‘probleem’ te definiëren, te doorvoelen en te omvatten.2Lees verder.
Bij naar bevind van zaken, of proefondervindelijk, werken beïnvloeden observeren, denken en handelen elkaar. Je treft iets aan. Daar formuleer je een gedachte of theorie over en dat gebruik je als onderdeel of als basis voor je maakproces. Maar tijdens dat maken ontdek je weer nieuwe dingen. 
Jeroen van Iterson, directeur van Muziek en Technologie zegt het zo.
“Dat mag in kleine stapjes, met veel iteraties. We zijn bij Muziek en Technologie gewend zo te ontwerpen. Dat doen we niet alleen met muziek, maar ook met onze projecten. We ontwikkelen iets verder terwijl we het uitvoeren: timmeren aan een varend schip.”
Ontwerpend opleiden
Uitgangspunten: ontwerpend werken. Een belangrijke bijdrage aan de interne samenhang kan worden gegeven door een haalbare parallellie te ontwikkelen tussen het ontwerpen waar je voor opleidt en het ontwerpend werken in het onderwijs.
Aan beide kanten zit je met nogal wat eisen die ontwerpend werken in de weg zitten. Voordat je het weet doe je iets dat in strijd is met de arbo, de veiligheid, de bekostiging enzovoort of zijn er belemmeringen of eisen van een opdrachtgever, regisseur of producent. Daarnaast is de taak van een opleiding conserverend. Zij draagt over wat er al is.
Een voorbeeld daarvan vind je in het verhaal waarin ontbrekend expertise niet wordt ontwikkeld maar binnengehaald door nieuwe docenten met die expertise aan te stellen.
Maar ook in de werkvelden vinden we conservatisme. Zo kunnen er strakke, historisch bepaalde conventies zijn waaraan je eindproduct maar ook je manieren van werken moeten voldoen of zijn er zeer hiërarchische verhoudingen zoals: de producent is de grote ‘baas’. Zowel conventies als machtsverhoudingen zijn gericht op het behoud van de bestaande ‘orde’. We hebben het altijd zo gedaan, dat werkt goed dus waarom zouden we het anders gaan doen?
Pluspunten
Uitgangspunten: ontwerpend werken. Waar de werkvelden en het onderwijs dus parallellen vertonen zijn er voor het onderwijs twee pluspunten ten opzichte van de werkvelden.
Op de eerste plaats is er ook op dit gebied sprake van een voorkant en een achterkant.3Zie het artikel Curriculumontwerp: voorkant achterkant. Aan de voorkant moet je de zaken voorstellen en leveren binnen de geldende regelatuur en retoriek van de instelling of de subsidie en aan de achterkant geef/neem je de ruimte om iets te ontwikkelen. Iets waarvan je niet weet wat er uitkomt terwijl je de onzalige vraag wilt vermijden: waarom tijd en geld steken in iets waarvan je niets eens precies weet wat eruit komt? De externe representatie is dus van belang maar waar het ons hier om gaat is dat je daardoor intern interessante mogelijkheden hebt om samen te werken en ontwikkelen.
Ten tweede, krijgen we in het onderwijs de kans om voortdurend te verbeteren en te toetsen. Ons werk is cyclisch. Het volgende semester of jaar krijgen we de kans het (nog) beter aan te pakken. Wat zullen we doen?
De slag
Uitgangspunten: ontwerpend werken. Ontwerpen en ontwikkelen staan niet op zichzelf. Zij krijgen vorm in interactie met een groot aantal factoren: contexten, randvoorwaarden, stijlen, betrokkenen, discoursen etc. Dit vereist een manier van werken die het stapsgewijze, het methodische overstijgt. Er zijn simpelweg te veel factoren om rekening mee te houden. Je kunt je misschien tot iedere factor per stuk verhouden maar niet tot allemaal samen. Ergens moet er een slag geslagen worden: de kern van ontwerpen.4Dit heeft te maken met het komen tot correspondence, lees hier, hier en daar verder.
We richten ons op deze site op het opleiden van mensen die de genoemde slag kunnen maken. De opleiding zelf kan ook slagen (leren) maken. Daarmee zal ze al doorontwikkelend en samenwerkend de interne samenhang vergroten.
Ga terug naar het overzicht van alle artikelen over uitgangspunten.
Voetnoten
- 1
- 2
- 3Zie het artikel Curriculumontwerp: voorkant achterkant.
- 4
