Curriculumontwerp ∴ hoofdindeling
Curriculumontwerp: hoofdindeling. De hoofdindeling van een curriculum, gericht op inhoud, tijd en timing, en samenhang, neemt de eindtermen van de opleiding als uitgangspunt: wat moeten studenten aan het einde van de opleiding kunnen en kennen? Deze eindtermen vormen een belangrijk deel van het opleidingsprofiel. Vanuit de eindtermen wordt de hoofdindeling van het curriculum achterwaarts opgebouwd naar het begin van de opleiding, waaruit dan de toelatingseisen volgen. De hoofdindeling gaat op hoofdlijnen in op de vraag: wat moet er onderweg met de student gebeuren zodat deze van de toelatingseisen tot de eindtermen kan komen?
Eindtermen
De eindtermen van een curriculum worden landelijk bepaald per ‘soort’ opleiding (bijvoorbeeld Bachelor of Music of Bachelor of Design) en vormen het zogenaamde opleidingsprofiel. Deze eindtermen zijn zodanig opgesteld dat ze voldoende ruimte geven voor de ontwikkeling van een individueel profiel van de student en voor het ontwikkelen van een eigen profiel van een opleiding. Een opleiding definieert haar eindtermen op haar profiel en verhouding met de beoogde werkvelden en verhoudt zich daarbij tot de eindtermen van het globalere, landelijke opleidingsprofiel.
Een opleiding werkt in het curriculum toe naar deze eindtermen. Om een curriculum te ontwerpen op inhoud, timing en samenhang, is het slim om uit te gaan van deze eindtermen en dan terug te redeneren naar het begin van de studie. Afhankelijk van wat er in het curriculum is geformuleerd, wordt het duidelijk wat de instapper zou moeten kennen en kunnen. Als je zo werkt, passen de toelatingscriteria bij het profiel van de opleiding en verhoog je de kans studenten te werven bij wie de opleiding past.
Inhoud
Curriculumontwerp: hoofdindeling. De inhoud van een curriculum moet zich dus met name verhouden tot de eindtermen en zal een duidelijke relatie hebben met de maak- en ontwerpprocessen in de werkvelden want dat is waar de alumni mee te maken krijgen. Belangrijk daarbij is om je als opleiding niet te laten leiden door de waan van de dag in de werkvelden. Dit kan namelijk gemakkelijk leiden tot ofwel continue curriculumveranderingen ofwel tot een snel irrelevant wordend curriculum omdat het blijft hangen in de waan van gisteren. Een curriculum moet dus vooral gericht zijn op de meer essentiële maak- en ontwerpprincipes en –processen. Uiteraard kunnen er ook geleidelijke ontwikkelingen in de werkvelden plaatsvinden die van belang zijn voor het curriculum. Een ‘waan van de dag’ kan uiteindelijk ook een essentiëlere vorm aannemen. Al met al is het dus belangrijk om in dat opzicht de vinger aan de pols te houden.
Didactiek en pedagogiek
Vervolgens is er de vraag hoe die inhoud ‘geleerd’ kan worden of beter geformuleerd hoe de student zich die inhoud eigen kan maken. Sommige inhoud zal ‘gestapeld’ moeten worden: om wiskunde te begrijpen moet je eerst snappen dat 1 + 1 = 2. Er zal dus een bepaalde volgorde moeten zijn.
Andere inhoud zal een student met name moeten ‘ervaren’ door het (vaker) te doen en dan is die volgorde minder belangrijk. Het kan dan gaan om ‘vakinhoud’ maar ook om bijvoorbeeld ‘samenwerking’ of ‘werken in opdracht’ (die net zo goed tot de vakinhoud behoren). Verschillende vormen van inhoud die om verschillende vormen van didactiek vragen.
Omdat de studenten ervaring en vaardigheden opdoen en de processen in de opleiding gaandeweg steeds meer gaan lijken op die uit de werkvelden, moeten de werkvormen per jaar doorontwikkelen of vernieuwen. Zo vinden we de didactische vorm stage bij de meeste opleidingen terug in het derde studiejaar daar dat het moment is om de, tot dan toe, opgedane kennis te ‘toetsen’ in de werkvelden. Vervolgens kan met die stage-ervaring een realistisch en, bij de student, passend afstudeertraject worden ingericht.
Curriculumontwerp: hoofdindeling. Onlosmakelijk verbonden met die didactiek is pedagogiek: de ontwikkeling1Didactiek en pedagogiek zijn sterk met elkaar verweven, niettemin is het goed om een onderscheid aan te brengen: didactiek is de discipline die zich bezighoudt met de vraag hoe we de student in staat kunnen stellen de benodigde kennis, vaardigheden en leerhoudingen te verwerven, pedagogiek richt zich op de ontwikkeling van de lerende mens: principes en processen. van de lerende mens – principes en processen. Kijken we vanuit pedagogisch perspectief naar de student van een kunst- of ontwerpopleiding, dan zal de gemiddelde eerstejaars student op zo’n opleiding vaak nog moeten ‘leren hoe zij moet leren’ en kan ze regelmatig nog de houding van een middelbare scholier aannemen. De gemiddelde vierdejaars heeft daarentegen al de houding van een jonge professional die inmiddels heeft ervaren dat bijvoorbeeld ‘mislukken’ erbij hoort en dat doorzettingsvermogen en focus belangrijke eigenschappen zijn. Dit zijn inzichten en eigenschappen die zij zich eigen heeft gemaakt en inmiddels ook gericht kan inzetten.
Tijd en timing
Samenhang
Ondanks de verscheidenheid aan factoren die van belang zijn, moet de hoofdindeling samenhang tonen: de manier waarop de verschillende onderwerpen van elkaar afhankelijk zijn en elkaar beïnvloeden. Vaak ervaren studenten, met name in de eerste studiejaren, de verschillende lesreeksen en inhoudelijke onderwerpen als op zichzelf staand, terwijl ze dat meestal niet zijn. Een mogelijke manier om samenhang inzichtelijk en invoelbaar te maken voor studenten is het hanteren van een en dezelfde opdracht die vervolgens in verschillende lesreeksen en vanuit verschillende inhoudelijke perspectieven aan de orde komt.Ondanks de verscheidenheid aan factoren die van belang zijn, moet de hoofdindeling samenhang tonen: de manier waarop de verschillende onderwerpen van elkaar afhankelijk zijn en elkaar beïnvloeden. Vaak ervaren studenten, met name in de eerste studiejaren, de verschillende lesreeksen en inhoudelijke onderwerpen als op zichzelf staand, terwijl ze dat meestal niet zijn. Een mogelijke manier om samenhang inzichtelijk en invoelbaar te maken voor studenten is het hanteren van een en dezelfde opdracht die vervolgens in verschillende lesreeksen en vanuit verschillende inhoudelijke perspectieven aan de orde komt.
De compositieopdracht ‘Componeer een filmmuziek-cue met behulp van de compositieprincipes van Bernard Herrmann voor een specifieke filmscène’ is onderdeel van een vier lesreeksen: filmanalyse, compositiemethoden, klankontwerp, en muziekproductie.
De student die deze opdracht uitvoert en begeleiding en feedback ontvangt vanuit verschillende lesreeksen, zal daadwerkelijk de samenhang tussen die lesreeksen ervaren omdat ze samenkomen in dezelfde opdracht. In een dergelijke constructie kunnen ook verschillende didactische vormen worden gehanteerd. Bij de lesreeks filmanalyse kan men bijvoorbeeld groepsgewijs de scène analyseren, waarbij studenten de verschillende aspecten (kadrering, belichting, geluid, etc.) voor hun rekening nemen en in gesprek met elkaar tot een bepaalde analyse komen. Bij de lesreeks klankontwerp kunnen de studenten individueel, met behulp van kleine oefeningen die qua complexiteit opbouwen, tot een definitief klankarsenaal komen waarmee ze de muziek voor de scène gaan componeren. Op deze manier ervaart een student ook daadwerkelijk een aantal verschillende, maar samenhangende benaderingen en methoden om een opdracht tot een goed einde te brengen.De student die deze opdracht uitvoert en begeleiding en feedback ontvangt vanuit verschillende lesreeksen, zal daadwerkelijk de samenhang tussen die lesreeksen ervaren omdat ze samenkomen in dezelfde opdracht. In een dergelijke constructie kunnen ook verschillende didactische vormen worden gehanteerd. Bij de lesreeks filmanalyse kan men bijvoorbeeld groepsgewijs de scène analyseren, waarbij studenten de verschillende aspecten (kadrering, belichting, geluid, etc.) voor hun rekening nemen en in gesprek met elkaar tot een bepaalde analyse komen. Bij de lesreeks klankontwerp kunnen de studenten individueel, met behulp van kleine oefeningen die qua complexiteit opbouwen, tot een definitief klankarsenaal komen waarmee ze de muziek voor de scène gaan componeren. Op deze manier ervaart een student ook daadwerkelijk een aantal verschillende, maar samenhangende benaderingen en methoden om een opdracht tot een goed einde te brengen.
Conclusie
Curriculumontwerp: hoofdindeling. Al met al zijn een aantal samenhangende factoren bepalend voor de hoofdindeling: het ontwerpen van het curriculum op hoofdlijnen. Deze samenhangende factoren vormen een complex geheel, en dat is ook de bedoeling. Een verandering in het ene semester zal gevolgen hebben voor bijvoorbeeld twee semesters later. Het is dus zaak om het curriculum ieder jaar met name goed te evalueren, om niet te lichtzinnig naar aanleiding van een of andere hype het curriculum te veranderen, maar ook niet om steeds te blijven werken vanuit het oude vertrouwde.
Ga terug naar het overzicht van alle artikelen over de (door)ontwikkeling van het curriculum.
Voetnoten
- 1Didactiek en pedagogiek zijn sterk met elkaar verweven, niettemin is het goed om een onderscheid aan te brengen: didactiek is de discipline die zich bezighoudt met de vraag hoe we de student in staat kunnen stellen de benodigde kennis, vaardigheden en leerhoudingen te verwerven, pedagogiek richt zich op de ontwikkeling van de lerende mens: principes en processen.


