Curriculumontwerp ∴ hoofdindeling

Curriculumontwerp: hoofdindeling. Bij het samenstellen van een curriculum zijn een aantal factoren van belang zoals de eindtermen (wat moeten studenten kunnen en kennen aan het einde van de opleiding?). Tussen het begin en einde van een opleiding zijn er dan de verschillende vormen en toepassingen van didactiek en pedagogiek die passend zijn voor de fases in het kunst- en ontwerponderwijs. Wat zijn passende vormen van onderwijs voor een eerstejaars student en voor een vierdejaars student? En er is de inhoud die weer sterk verbonden is met de werkvelden waar de opleiding zich op richt. Uit dit alles volgen dan weer de toelatingscriteria zoals we hieronder zullen beredeneren.

Kort samengevat gaat het om de vragen: Met wat kom je er in als student? En met wat ga je er uit? En wat moet er dan onderweg gebeuren om dat voor elkaar te krijgen? Het antwoord op die laatste vraag is in feite het curriculum. Dit verhaal begint echter met de eindtermen oftewel de aansluiting op de beoogde werkvelden.

Eindtermen

De eindtermen van een curriculum worden landelijk bepaald per ‘soort’ opleiding (bijvoorbeeld Bachelor of Music of Bachelor of Design) en vormen het zogenaamde opleidingsprofiel. Die eindtermen zijn zodanig opgesteld dat ze voldoende ruimte geven voor het ontwikkelen van een individueel profiel van de student en voor het ontwikkelen van een eigen profiel van een opleiding. Dat betekent dat een opleiding zelf haar eindtermen kan definieren die zich dan wel moeten verhouden tot de eindtermen van het opleidingsprofiel maar dus de ruimte hebben om zich in lijn met het profiel van de opleiding tot de beoogde werkvelden te verhouden.Inrichting curriculum: hoofdindeling

Een opleiding werkt in het curriculum toe naar deze eindtermen. Om een curriculum te ontwerpen op inhoud, tijd en samenhang is het slim om dan uit te gaan van deze eindtermen en als het ware terug te redeneren naar het begin van de studie. Afhankelijk van wat er dan geformuleerd is in het curriculum wordt het duidelijk wat de instappende student zou moeten kennen en kunnen. Als je zo ‘werkt’ passen de toelatingscriteria bij het profiel van de opleiding en verhoog je de kans op studenten waar de opleiding bij ‘past’.

Inhoud

Curriculumontwerp: hoofdindeling. De inhoud van een curriculum moet zich dus met name verhouden tot de eindtermen en zal een duidelijke relatie hebben met de maak- en ontwerpprocessen in de werkvelden want dat is waar alumni mee te maken krijgen en in terecht komen. Belangrijk daarbij is wel om als opleiding niet mee te gaan met de waan van de dag in de werkvelden wat gemakkelijk kan leiden tot òf continue curriculumveranderingen òf tot een snel niet-relevant wordend curriculum omdat het blijft hangen in de waan van gisteren. Een curriculum zal dus met name gericht moeten zijn op de meer essentiële maak- en ontwerpprincipes en –processen. Uiteraard kunnen er ook geleidelijke ontwikkelingen in de werkvelden plaats vinden die van belang zijn voor het curriculum. En een ‘waan van de dag’ kan uiteindelijk ook een essentiëlere vorm aannemen. Al met al is het dus belangrijk de vinger aan de pols te houden in dat opzicht.

Didactiek

Vervolgens is er de vraag hoe die inhoud ‘geleerd’ kan worden of beter geformuleerd hoe de student zich die inhoud eigen kan maken. Sommige inhoud zal ‘gestapeld’ moeten worden: om wiskunde te begrijpen moet je eerst snappen dat 1 + 1 = 2. Er zal dus een bepaalde volgorde moeten zijn. Andere inhoud zal een student met name moeten ‘ervaren’ door het (vaker) te doen en dan is die volgorde minder belangrijk.

Het kan dan gaan om vakinhoudelijke content maar ook om bijvoorbeeld ‘samenwerking’ of ‘werken in opdracht’. Verschillende vormen van inhoud die om verschillende vormen van didactiek vragen.

Pedagogiek

Curriculumontwerp: hoofdindeling. Onlosmakelijk verbonden met die didaktiek is pedagogiek: de ontwikkeling1Didactiek en pedagogiek zijn sterk met elkaar verweven, niettemin is het goed om een onderscheid aan te brengen: didactiek is de discipline die zich bezighoudt met de vraag hoe we de student in staat kunnen stellen de benodigde kennis, vaardigheden en leerhoudingen te verwerven, pedagogiek richt zich op de ontwikkeling van de lerende mens: principes en processen. van de lerende mens – principes en processen. Kijken we vanuit pedagogisch perspectief naar de student van een kunst- of ontwerpopleiding, dan zal de gemiddelde eerstejaars student op zo’n opleiding vaak nog moeten ‘leren hoe zij moet leren’ en kan ze regelmatig nog de houding van een middelbare scholier aannemen. De gemiddelde vierdejaars heeft daarentegen al de houding van een jonge professional die inmiddels heeft ervaren dat bijvoorbeeld ‘mislukken’ erbij hoort en, bijvoorbeeld, doorzettingsvermogen en focus belangrijke eigenschappen zijn. Inzichten en eigenschappen die zij zich eigen heeft gemaakt en inmiddels ook gericht kan inzetten

Tijd

Pedagogiek en didactiek zijn gerelateerd aan inhoud maar ook aan tijd in die zin dat tijd op verschillende manieren een rol speelt. Zo zal een lesreeks over ondernemerschap in het eerste jaar te vroeg zijn voor de meeste studenten. Onderwerpen moeten dus op het juiste moment aan de orde komen. Het door de tijd heen op verschillende manieren langzaam opschalend herhalen van inhoud kan ook zeer effectief zijn. En het omgaan met tijd in maak- en ontwerpprocessen is bijvoorbeeld een onderwerp op zich, zie hieronder de hilarische weergave van het creatieve proces van de filmcomponist John Powell.

Didactische vormen

Curriculumontwerp: hoofdindeling. Omdat de student ervaring en vaardigheden opdoet en de processen in de opleiding gaandeweg steeds meer gaan lijken op die uit de werkvelden, zullen de didactische vormen per jaar anders moeten zijn. Zo vinden we de didactische vorm stage bij de meeste opleidingen terug in het derde studiejaar omdat dan het moment is om de, tot dan toe, opgedane kennis te ‘toetsen’ in de werkvelden en vervolgens met die stage-ervaring een realistisch en, bij de student, passend afstudeertraject in te richten.

Samenhang

In de relatie tussen inhoud, pedagogiek, didactiek en tijd speelt samenhang een rol. Met samenhang bedoelen we dan met name de manier waarop de verschillende onderwerpen van elkaar afhankelijk zijn en elkaar beïnvloeden. Vaak ervaren studenten in met name de eerste studiejaren de verschillende lesreeksen en inhoudelijke onderwerpen als op zichzelf staand terwijl ze dat meestal niet zijn. Een mogelijke manier om samenhang inzichtelijk en invoelbaar te maken voor studenten is het hanteren van een en dezelfde opdracht die vervolgens in verschillende lesreeksen en vanuit verschillende inhoudelijke perspectieven aan de orde komt. Zo kan bijvoorbeeld een compositieopdracht ‘componeer een film music cue met behulp van de compositieprincipes van Bernhard Herrmann voor een specifieke film scene’ onderdeel zijn van een lesreeks filmanalyse, een lesreeks compositiemethoden, een lesreeks klankontwerp, en een lesreeks muziekproductie.
De student die deze opdracht doet en begeleid wordt in en feedback krijgt vanuit die verschillende lesreeksen, zal daadwerkelijk de samenhang tussen die verschillende lesreeksen gaan ervaren omdat ze samenkomen in een en dezelfde opdracht. In een dergelijke constructie kunnen ook verschillende didactische vormen gehanteerd worden. Bij de lesreeks filmanalyse kan men bijvoorbeeld groepsgewijs de scene analyseren waarbij studenten de verschillende aspecten (kadrering, belichting, geluid, etc.) voor hun rekening nemen en in gesprek met elkaar tot een bepaalde analyse komen. Bij de lesreeks klankontwerp kunnen de studenten individueel met behulp van kleine ‘oefeningen’ die opbouwen qua complexiteit tot een definitief klankarsenaal komen waarmee ze de muziek voor de scene gaan componeren. Op deze manier ervaart een student ook daadwerkelijk een aantal verschillende maar wel samenhangende benaderingen en methoden om een opdracht tot een goed einde te brengen.

Hoofdindeling

Curriculumontwerp: hoofdindeling. Al met al zijn een aantal samenhangende factoren bepalend voor ontwerpen van het curriculum op hoofdlijnen: de hoofdindeling. Die samenhangende factoren vormen een complex geheel en zo hoort het ook. Een verandering in het ene semester zal gevolgen hebben voor bijvoorbeeld twee semesters later. Het is dus zaak om het curriculum ieder jaar met name goed te evalueren, om niet te lichtzinnig naar aanleiding van een of andere hype het curriculum te veranderen maar ook niet om steeds te blijven werken vanuit het oude vertrouwde.

Voetnoten

  • 1
    Didactiek en pedagogiek zijn sterk met elkaar verweven, niettemin is het goed om een onderscheid aan te brengen: didactiek is de discipline die zich bezighoudt met de vraag hoe we de student in staat kunnen stellen de benodigde kennis, vaardigheden en leerhoudingen te verwerven, pedagogiek richt zich op de ontwikkeling van de lerende mens: principes en processen.

IJzermans, Jan J. & Machielse, Rens (2026) De kunst van ontwerponderwijs. https://dekunstvanontwerponderwijs.nl/curriculumontwerp-hoofdindeling/