Projectonderwijs ∴ voldoende en de juiste projecten?

Projectonderwijs: voldoende en de juiste projecten? Een belangrijke kwestie in het projectonderwijs is hoe je als opleiding ieder jaar voldoende projecten organiseert? En die projecten moeten ook passend zijn voor de samenstelling van de studentenpopulatie van het studiejaar in kwestie. Een onderdeel dat zich hier specifiek op richt, een projectenbureau, is geen overbodige luxe.

Wat voor studenten?

Een aantal factoren zijn van belang in bovenstaande kwestie. ‘Passend voor de studentenpopulatie’ betekent ten eerste dat je goed op de hoogte moet zijn van die studentenpopulatie. De docenten verantwoordelijk voor het projectonderwijs in dat semester moeten op de hoogte zijn van de specialisaties, capaciteiten, interesses en studieresultaten van die studenten. Dat is nodig om te kunnen beschrijven wat de studenten in huis hebben en vervolgens af te stemmen wat er in dat opzicht gevraagd kan worden vanuit de projecten. Dat laatste kun je maar tot op zekere hoogte voorspellen omdat de projectformulering de nodige ruimte moet bieden aan de studentengroep voor experiment, nieuwe benaderingen, ideeën en concepten. Ook is van belang te weten hoevéel studenten je hebt met specifieke capaciteiten. Als je 12 projecten hebt die allemaal een projectleider nodig hebben en je schat in dat je maar 4 studenten hebt met die capaciteiten, dan zit je met een probleem.

Projectformulering

Projectonderwijs: voldoende en de juiste projecten? Het projectenbureau zal de nodige tijd steken in het overleg met de opdrachtgever om tot de juiste formulering van het vraagstuk te komen inclusief eventuele randvoorwaarden. Zeker in het geval dat de opdrachtgever voor het eerst met de opleiding samenwerkt in een project zal hier met de nodige aandacht en precisie naar gekeken moeten worden. Er kunnen dan snel misverstanden ontstaan omdat er bijvoorbeeld sprake is van een, voor het projectenbureau, totaal nieuwe context inclusief taalgebruik. Voor een opdrachtgever zal, zeker bij een eerste project, de educatieve context nieuw zijn. Al met al dus voldoende redenen om nauwkeurig en zorgvuldig te werk te gaan bij de projectformulering.

Langer lopende relaties

Vanuit bovenstaand perspectief is het prettig als er al een langer lopende relatie is met een opdrachtgever. In een dergelijke relatie zullen beide partijen elkaar steeds beter leren kennen omdat ze ieder jaar of semester weer een project samen doen. Op deze manier leert een projectenbureau de manier van werken en redeneren van de opdrachtgever kennen en vice versa. Zo’n langer lopende relatie kan ook worden vormgegeven als een langlopend project. Dit vertaalt zich dan in jaarlijkse deelprojecten die voortborduren op de projectresultaten en opgedane inzichten van de voorgaande jaren. Projectonderwijs: voldoende en de juiste projecten?Een bedrijf kan zo een nieuwe technologie of manier van werken gedurende een aantal jaren laten ‘onderzoeken’ door een studentengroep op mogelijke toepassingen en/of uitbreidingen waarbij iedere studentengroep weer op de schouders kan gaan staan van de voorgaande groepen1Hoewel je dat ook niet moet overschatten aangezien er toch vaak de neiging is onder studenten om zelf het wiel uit te willen vinden..

Samenstelling projectenportefeuille

Desalniettemin is het niet slim om alleen projecten voortkomende uit langer lopende relaties in te zetten. Het is het best als de projectenportefeuille gemengd is. Een deel van de projecten komt voort uit langer lopende samenwerkingen, een deel is nieuw vanuit nieuwe opdrachtgevers. Bestaande relaties houden immers op gegeven moment weer op, nieuwe ideeën & ontwikkelingen binnen de werkvelden zorgen weer voor nieuwe opdrachtgevers met nieuwe projecten die mogelijk ook weer tot nieuwe langer lopende relaties leiden.

De juiste projecten

Projectonderwijs: voldoende en de juiste projecten? De opleidingen kunnen vanuit hun ervaring met en kennis van de studentenpopulatie aangeven hoeveel studenten er (ongeveer2Je ontwikkelt de projecten al een half jaar van tevoren en op dat moment weet je nog niet precies hoeveel studenten er over een half jaar beschikbaar zijn voor het projectonderwijs. Er vallen altijd studenten af, bijvoorbeeld vanwege studievertraging.) mee gaan doen aan het projectonderwijs in het desbetreffende semester, wat de verschillende individuele studenten zo’n beetje aankunnen en daarmee welke ‘soorten’ projecten er wenselijk zijn. Denk bij dat laatste aan bijvoorbeeld de verhouding tussen multidisciplinaire en monodisciplinaire projecten. Of aan de verhouding tussen projecten die meer gericht zijn op vakinhoudelijke innovatie en projecten die meer gericht zijn op co-creatie. En zo zijn er meer categorieën te onderscheiden. Op zich is het niet de bedoeling en is het ook niet mogelijk dat iedere studentengroep alleen maar dat project krijgt dat ze ‘leuk’ vinden, zie het artikel over de keuze en indeling van projecten. Dat laatste betekent dan meestal dat het een ‘soort’ project is dat ze al eerder zijn tegengekomen tijdens hun opleiding. Ze weten dan hoe ze dat moeten aanpakken, en daarom is het ‘leuk’. In analogie met de werkvelden zal het echter niet vaak gebeuren dat ze een project krijgen dat vanaf het begin af aan precies in hun straatje ligt (als je al zoiets zou willen). De groep zal zich het desbetreffende project eigen moeten maken, naar zich toe moeten trekken; meer hierover in het artikel over mogelijke issues in het projectonderwijs. Anderzijds is het wel de bedoeling dat de studenten hun capaciteiten daadwerkelijk kunnen inzetten in het project dus die mogelijkheden moeten potentieel wel in de projectbeschrijving aanwezig zijn.

Overleg

Om tot een projectenportefeuille voor een bepaald semester te komen, moet een projectenbureau een half jaar van tevoren beginnen met de eerste gesprekken. Zowel intern als extern. Intern gaat het dan om een eerste overleg met de opleidingen waaraan het projectenbureau verbonden is. In dit overleg kunnen dan de eerste ideeën voor projecten + studentendata (hoeveel studenten? welke richtingen/specificaties van die studenten?) besproken worden. En hoogstwaarschijnlijk zijn er extern al de eerste ideeën en aanvragen voor projecten binnengekomen. Zowel de externe als de interne ‘data’ kunnen worden weergegeven en bijgehouden in een online tool die door de opleidingen en het projectenbureau ingezien en geëdit kan worden. Later in het semester, nadat er meer externe gesprekken gevoerd zijn en de opleidingen weer wat exactere data hebben, kan er weer een vervolgoverleg plaats vinden. Deze cyclus van externe gesprekken en intern overleg gaat dan door tot aan het begin van het betrokken semester. In dit proces komt men dan onder andere tot de definitieve keuze van projecten, de definitieve projectformuleringen, het aantal benodigde studenten, de begeleidende docenten en de betrokken disciplines.

Uiteindelijke verdeling

Projectonderwijs: voldoende en de juiste projecten? Het semester begint dan met een korte periode waarin studenten keuzes kunnen maken uit de verschillende projecten. In het artikel over de keuze en indeling van projecten bespreken we dit deel van het proces.

 

Ga terug naar het overzicht van alle artikelen over projectonderwijs.

Voetnoten

  • 1
    Hoewel je dat ook niet moet overschatten aangezien er toch vaak de neiging is onder studenten om zelf het wiel uit te willen vinden.
  • 2
    Je ontwikkelt de projecten al een half jaar van tevoren en op dat moment weet je nog niet precies hoeveel studenten er over een half jaar beschikbaar zijn voor het projectonderwijs. Er vallen altijd studenten af, bijvoorbeeld vanwege studievertraging.

IJzermans, Jan J. & Machielse, Rens (2026) De kunst van ontwerponderwijs. https://dekunstvanontwerponderwijs.nl/projectonderwijs-voldoende-en-de-juiste-projecten/