Projectonderwijs ∴ keuze en indeling
Projectonderwijs: keuze en indeling. In het artikel Hoe kom je aan voldoende en de juiste projecten? bespreken we hoe een opleiding in samenwerking met het projectenbureau een projectenportefeuille ontwikkelt voor een bepaald semester. De daarop volgende vraag is nu: hoe kom je als opleiding tot een indeling van de studenten over die projecten? Een kortlopend maar intensief en bepalend proces waarin alle studenten met ieder hun wensen, ambities en ideeën gekoppeld moeten worden aan één der projecten. Kortlopend omdat het zich afspeelt over een paar dagen. Intensief door die tijdsdruk en de zoektocht naar de maximale afstemming tussen studenten en projecten. Bepalend omdat het de toon zet voor het groepsproces dat daarna volgt. Een pressure cooker die we in dit artikel beschrijven.
Online tool
De projectbeschrijvingen zijn opgenomen in een online-tool. Ze geven informatie over de aard van de projecten maar ze zijn niet te gedetailleerd en te specifiek. Er moet immers voldoende ruimte overblijven voor een projectgroep om tot een eigen en definitieve formulering te komen in samenwerking met de opdrachtgever. Er wordt in de online tool ook aangegeven welke disciplines en expertise er nodig zijn om het project te kunnen doen, wie de begeleiders zijn, wie de opdrachtgever en dergelijke.
Voorkeuren aangeven
Projectonderwijs: keuze en indeling. We nemen nu als voorbeeld het eerste semester van het vierde jaar. Bij aanvang van het semester wordt de tool een aantal dagen ‘open’ gezet. De studenten geven dan drie voorkeuren in volgorde aan en een korte onderbouwing daarvan. 
De opleiding krijgt door bovenstaande interactie met de student al een eerste idee over wat de student mogelijk als voorkeuren gaat aangeven aan het begin van het vierde studiejaar. Ze verbindt daar echter nog geen consequenties aan en gaat ook niet aan het einde van het derde studiejaar al een eerste mogelijke indeling maken. De ervaring leert dat er in de zomervakantie nog de nodige veranderingen plaatsvinden in de voorkeuren van studenten. Wel is de projectenportefeuille ontwikkeld met het oog op de beschikbare studenten en hun mogelijkheden zoals te lezen is in het artikel Hoe kom je aan voldoende en de juiste projecten?1Als er bijvoorbeeld in het derde studiejaar geen enkele student met specialisatie X is, zal er ook geen vierdejaarsproject ontwikkeld worden waarbij dat nodig is.
Overleg
Projectonderwijs: keuze en indeling. Na een paar dagen wordt de online tool ‘gesloten’ en volgt het zoeken naar de juiste combinaties. De invulling van de tool is zichtbaar voor de betrokken opleidingen. Al die opleidingen gaan vrijwel direct na het sluiten van de tool in overleg. Dit is in eerste instantie een overleg per opleiding met de docenten die betrokken zijn bij de vierdejaars projecten. Een dag later is er vervolgens een overleg met alle betrokken opleidingen om op die manier met name opleidingoverstijgende projecten te bespreken qua invulling en om het totaalplaatje van de projectenportefeuile rond te krijgen. Dit laatste overleg wordt door 1 à 2 vertegenwoordigers per opleiding gedaan zodat het aantal deelnemers beperkt blijft. Dat werkt wel zo praktisch.
Per opleiding
De plaatsing van studenten in de projecten die binnen één opleiding vallen wordt door die opleiding gedaan zonder inbreng van andere opleidingen. Ook binnen een dergelijk project zal er vrijwel altijd sprake zijn van meerdere disciplines die gaan samenwerken maar dit betreft dus disciplines die binnen één opleiding vallen. Bijvoorbeeld de disciplines regie, acteren en scenografie die allen onderdeel zijn van een opleiding Theater. Die disciplines overleggen dus in bovengenoemd overleg over de indeling van hun studenten over de projecten. Dit is overleg binnen één enkele opleiding en dus relatief eenvoudig qua organisatie en manier van werken2Ervan uitgaande dat binnen een opleiding vaker overleg zal zijn tussen de verschillende aanwezige disciplines/studierichtingen en er een gedeelde manier van werken zal zijn namelijk die van de opleiding Theater.. Tijdens dit overleg wordt er ook al gekeken naar de mogelijke studenten voor de projecten die opleidingoverstijgend zijn. Projecten en de invulling daarvan worden een dag later besproken wanneer de betrokken opleidingen elkaar ontmoeten.
Opleidingoverstijgend
Projectonderwijs: keuze en indeling. Ingewikkelder wordt het als er naast de opleiding Theater studenten nodig zijn vanuit bijvoorbeeld een opleiding Muziek en Technologie (met o.a. de studierichting Audio Design) en een opleiding Games en Interactie (met o.a. de studierichting Virtual and Augmented Reality). Die drie opleidingen gaan dan, een dag na het overleg op opleidingsniveau, overleggen over de indeling van studenten maar dit overleg zal in eerste instantie3Met opzet wordt hier de uitdrukking ‘in eerste instantie’ gebruikt omdat die opleidingen ook ervaring in dit opzicht kunnen opbouwen door de jaren heen. aanzienlijk complexer zijn omdat er geen gemeenschappelijke manier van werken is. 
Puzzle
Even los van de vraag hoeveel opleidingen er betrokken zijn wordt het uiteindelijk leggen van de puzzle ‘welke student gaat welk project doen?’ lang niet alleen bepaald door simpelweg de vereiste disciplines voor een project in te vullen met studenten vanuit die disciplines. In de onderstaande subparagrafen bespreken we de overige criteria die een rol spelen bij de verdeling.
Voorkeuren
Projectonderwijs: keuze en indeling. In principe zijn de eerste voorkeuren van de studenten leidend bij de indeling. De betrokken opleidingen kijken echter kritisch naar die voorkeuren. Het komt regelmatig voor een student als eerste voorkeur opteert voor een project dat in zekere zin voor haar een ‘herhaling van zetten’ vormt wat betreft de te verwachten werkzaamheden. In dat geval besluit de opleiding om niet de eerste maar de tweede of derde voorkeur te honoreren.
Verder geldt er ook het principe van eerlijke indeling. Als een student in vorige semesters niet haar eerste keus gehonoreerd heeft gekregen wordt er deze keer geprobeerd dat wel te doen.
Eigenschappen
Andere eigenschappen van studenten dan hun discipline en hun vakinhoudelijke kwaliteiten spelen een grote rol in een groepsproject. Vijf ‘leiders’ in een project is ongewenst want dat vraagt om problemen. Men zoekt dus tijdens het overleg naar elkaar aanvullende kwaliteiten onder de studenten. In zowel vakmatig als persoonlijk opzicht. Een student die nog altijd onzeker is over haar vakinhoudelijke kwaliteiten wordt niet snel gekoppeld aan een andere student in dezelfde discipline met eenzelfde mate van onzekerheid. Twee van dezelfde ‘types’ in dit opzicht zal snel voor een zwakke en onzekere invulling van die discipline zorgen. Zo zijn er dus tal van vakinhoudelijke en meer persoonlijke eigenschappen die meegenomen worden in het leggen van de puzzle4Denk bijvoorbeeld aan introvert vs extrovert, initierend vs anticiperend, maar ook ontwerpend vs vormgevend en dergelijke..
Discrepanties
Projectonderwijs: keuze en indeling. De afstemming tussen projectinhoud en beschikbare studenten is vanzelfsprekend niet probleemloos. Ieder semester komt het voor dat een project niet de gewenste ‘invulling’ krijgt qua aantal en ‘soort’ studenten en dat een niet gering aantal studenten niet de eerste voorkeur gehonoreerd ziet. De eerste situatie is vaak niet problematisch: de projectbeschrijvingen bieden genoeg flexibiliteit om net een ander accent aan te brengen wat dan past bij de uiteindelijke groepssamenstelling. Een project heeft bijvoorbeeld o.a. twee game designers en twee audio designers nodig. Er is echter maar één game designer beschikbaar. Het is dan slim om tijdens de indeling specifiek naar een audio programmeur te zoeken die veel kennis en ervaring met games heeft en daarmee de afwezigheid van de tweede game designer voldoende kan compenseren.
De tweede situatie (het niet toegewezen krijgen van de eerste voorkeur) komt, zoals gezegd, veelvuldig voor maar leidt zeker niet altijd tot protesten van de studenten in kwestie. Een behoorlijk aantal studenten heeft niet zo’n sterke voorkeur voor een specifiek project. Zij weten dat ze voor het tweede semester van het vierde studiejaar een eigen project kunnen ontwikkelen. Daarnaast is er de mogelijkheid om protest aan te tekenen.
Protesten
Studenten die niet hun eerste of tweede en incidenteel zelfs geen enkele van hun drie voorkeuren gehonoreerd zien tekenen regelmatig protest aan. Een ‘spelregel’ die in deze situaties gehanteerd wordt is de regel dat er pas na de eerste projectweek geprotesteerd mag worden. In die eerste week ontmoet de groep de opdrachtgever en hebben ze al een eerste bespreking waarin o.a. de projectomschrijving ter sprake komt.
De ervaring leert dat er dan al de nodige interactie tussen de groepsleden onderling en tussen de groep en de opdrachtgever ontstaat. Interactie waardoor de groep allerlei nieuwe mogelijkheden, denkrichtingen, manieren van werken ontdekt en er al snel enthousiasme ontstaat. Veel van die eerste protesten verdwijnen dan als sneeuw voor de zon. Met de studenten die zich na de eerste week nog misdeeld voelen wordt dan gezocht naar een oplossing. Dit kan plaatsing in een ander project zijn of er wordt een specifiek intern project ‘uit de kast’ gehaald als noodoplossing. Dit laatste gebeurt in ongeveer twee procent van de gevallen.
Conclusie
Projectonderwijs: keuze en indeling. Dit indelingsproces en de eerste week verdienen de grootst mogelijke aandacht en inzet van de betrokken docenten, projectenbureaumedewerkers en tutoren omdat het bepalend is voor de manier waarop de student het project begint. Hoe vervolgens het project verloopt en begeleid wordt is te lezen in het artikel over de begeleiding van projectgroepen.
Ga terug naar het overzicht van alle artikelen over projectonderwijs.
Voetnoten
- 1Als er bijvoorbeeld in het derde studiejaar geen enkele student met specialisatie X is, zal er ook geen vierdejaarsproject ontwikkeld worden waarbij dat nodig is.
- 2Ervan uitgaande dat binnen een opleiding vaker overleg zal zijn tussen de verschillende aanwezige disciplines/studierichtingen en er een gedeelde manier van werken zal zijn namelijk die van de opleiding Theater.
- 3Met opzet wordt hier de uitdrukking ‘in eerste instantie’ gebruikt omdat die opleidingen ook ervaring in dit opzicht kunnen opbouwen door de jaren heen.
- 4Denk bijvoorbeeld aan introvert vs extrovert, initierend vs anticiperend, maar ook ontwerpend vs vormgevend en dergelijke.
