Balans docentencorps ∴ aanstellingsomvang
Balans docentencorps: aanstellingsomvang. We onderscheiden hier docenten met een kleine (één dag of minder), een grotere (tussen één en 2,5 dag) en een grote (vanaf 2,5 dag) aanstelling. Deze aanstellingsomvangen hebben elk hun voor- en nadelen. Het is zoeken naar de juiste balans tussen die voor- en nadelen. We vergelijken eerst de twee uiterste: klein en groot. Onder ‘Balans’ komen we vervolgens met de naar onze mening geschikte samenstelling van aanstellingsomvangen.
Voordeel kleine aanstellingen
Balans docentencorps: aanstellingsomvang. Kleine aanstellingen bieden de mogelijkheid om studenten een groter ‘palet’ aan docenten voor te zetten zodat er meer specialisaties en contexten aan bod kunnen komen in de opleiding. Kleine aanstellingen bieden een opleiding ook de mogelijkheid om dingen ‘uit te proberen’ zonder al te veel risico. Is de desbetreffende docent op haar plek bij deze opleiding en wordt dat vanuit beide perspectieven (docent en opleiding) als zodanig ervaren?
Docenten met een kleine aanstelling kunnen ook voor een gezonde ‘blik van buitenaf’ zorgen. Het stellen van vragen als ‘waarom zaken gaan zoals ze gaan?’ kan een opleiding confronteren met een deel van haar functioneren waar zij zelf niet meer stil bij staat. Het is dan wel belangrijk dat er voldoende gelegenheid is (zoals een overleg met collega-docenten en/of studieleiding) voor die docenten om dit soort vragen te stellen.
Nadeel kleine aanstellingen
Balans docentencorps: aanstellingsomvang. Een mogelijk nadeel van kleine aanstellingen is dat de betrokken docenten zich minder verbonden voelen met de opleiding en ook minder in- en overzicht zullen hebben als het gaat om de opleiding in haar geheel. Van een docent met een kleine aanstelling kan ook niet worden verwacht dat zij de rest van de week altijd aanspreekbaar is voor studenten, collega-docenten en de studieleiding. Er is dus maar beperkt contact mogelijk. Een grote hoeveelheid kleine aanstellingen zorgt ook voor meer organisatorische druk omdat er simpelweg meer ‘organisatie’ nodig is op financieel en rooster-gebied. En qua overleg en aansturing.
Voordeel grote aanstellingen
Balans docentencorps: aanstellingsomvang. Docenten met een grote aanstelling kunnen zorgen voor meer herkenbaarheid en continuïteit in de opleiding. Studenten zullen docenten die drie dagen per week aanwezig zijn gemakkelijker kunnen aanspreken dan een docent die slechts een halve dag per week aanwezig is. Dat ‘aanspreken’ betreft niet alleen het specifieke vakgebied en de lessen van de docent maar ook zaken die inzicht in en overzicht van de opleiding vragen en alles wat daar speelt. Het is dan vanzelfsprekend wel van belang dat de docent in kwestie ook daadwerkelijk dat in- en overzicht en dat contact met studenten heeft.
Een docent met een grote aanstelling kan op een organische manier ‘dwarsverbanden’ aanbrengen in een opleiding omdat zij bijvoorbeeld een lesreeks in jaar 1 geeft, een project in jaar 3 begeleidt en een aantal vierdejaars studenten begeleidt in hun afstudeertraject. Dit alles in samenwerking met collega-docenten. Hierdoor zal zij relatief gemakkelijk verbindingen kunnen leggen tussen de verschillende jaren en docenten in de opleiding.
Nadeel grote aanstellingen
Balans docentencorps: aanstellingsomvang. Een mogelijk nadeel van een grote aanstelling is dat een docent ‘tot stilstand kan komen’ omdat er minder ruimte is naast die aanstelling voor de werkzaamheden die voor beweging en ontwikkeling zorgen. Die benodigde ‘beweging en ontwikkeling’ kan uit de docent zelf komen omdat zij nog een kleine beroepspraktijk heeft. Het is echter sterk de vraag of een dergelijke kleine beroepspraktijk houdbaar zal blijken. Dit is afhankelijk van de context(en) waarin de docent actief is, de docent zelf en haar positie binnen die contexten maar de ervaring leert dat een kleine beroepspraktijk vaak ‘een langzame dood sterft’. De opleiding kan ook voor die ‘beweging en ontwikkeling’ zorgen door bijvoorbeeld de docent te betrekken bij onderzoek of onderwijsontwikkeling. Het een en ander staat ook verband met de carrièrefase waarin de docent zich bevindt.1Lees verder over de docentencarrièrefases.
Balans
Balans docentencorps: aanstellingsomvang. De hierboven beschreven voor- en nadelen gelden dan met name voor kleine en grote aanstellingen met op het overgangsgebied tussen die twee de grotere. Een opleiding met alleen kleine aanstellingen kan zoveel mogelijk kanten van het vakgebied aan bod laten komen maar heeft de samenhang van los zand. Een opleiding met alleen grote aanstellingen kent veel herkenbaarheid en continuïteit maar te weinig interactie met de buitenwereld.
Een opleiding met alleen grotere aanstellingen kan niet alle voordelen binnenhalen noch alle nadelen wegpoetsen. Voor de hand ligt wel dat de grotere aanstellingen de meerderheid vormen. Kleine en grote zijn dan nodig om een of meer van de daar genoemde voordelen binnen te halen. Dus het vinden van een gezonde balans tussen de drie werkt vanuit de grotere aanstellingen.
Ga terug naar het overzicht van alle artikelen over balans in het docentencorps.
Voetnoten
- 1Lees verder over de docentencarrièrefases.
