Projectonderwijs ∴ mogelijke issues

Projectonderwijs: mogelijke issues. We behandelen in dit artikel een aantal issues die tijdens het verloop van een project kunnen ontstaan. Je ziet bijvoorbeeld strubbelingen ontstaan bij de groepsdynamica, bij de interactie met de opdrachtgever. Bij de reflectie en het vastleggen van het proces voor vergelijkbare projecten in de toekomst of voor andere kunstenaars/ontwerpers. Hoe kun je dergelijke issues herkennen en mogelijk voorkomen of oplossen?

Groepsdynamica

De samenstelling van de groep is uiteraard een belangrijk element in de groepsdynamica. Die samenstelling is het gevolg van de aard van het project (welke disciplines zijn er nodig?) en het verdelen van studenten over de projecten1Lees verder over de indeling van de studenten over de projecten.. Vaak kennen studenten elkaar wel vanuit eerdere projecten maar hebben ze nog niet eerder in deze samenstelling samengewerkt. En regelmatig kennen ze elkaar niet als ze uit disciplines komen die nog niet eerder hebben samengewerkt. Dat wetende is het slim om, als begeleidend docent, een kortlopende eerste opdracht aan de studentengroep te geven. Bijvoorbeeld het geven van een presentatie over de groep en hun project aan de andere studentengroepen. Dit brengt de groep ertoe om binnen zeer korte tijd een inventarisatie te maken van de kwaliteiten van de groepsleden en om het vraagstuk op een, voor anderen begrijpelijke, manier over het voetlicht te brengen. Allebei zaken waar ze, als groep, in het verdere proces hun voordeel mee kunnen doen.

Extra voordeel is dat de verschillende groepen zo op de hoogte zijn van elkaars projecten en kwaliteiten zodat er, indien nodig, ook een beroep gedaan kan worden op (een lid van) een andere groep. “Weet iemand van jullie hoe je deze app kunt herprogrammeren?” of “Kunnen jullie hier even commentaar op geven? Wij zitten er te diep in.”

Naar een manier van (samen)werken

Projectonderwijs: mogelijke issues. Een belangrijk onderdeel van het project, de manier van werken, zal zich ook in de beginperiode van een project ontwikkelen. De meeste groepen maken daar in eerste instantie praktische afspraken over. Hoe vaak vergaderen we, wie doet wat, hoe houden we elkaar tussentijds op de hoogte, hoe organiseren we versiebeheer, hoe nemen we besluiten, etc.

Afspraken maken en afspraken nakomen zijn echter twee verschillende dingen. Het komt regelmatig voor dat een student in een groep niet werkt en/of niet levert volgens afspraak. Studentgroepen proberen dit vaak intern op te lossen onder het motto ‘er zijn verschillende wegen die naar Rome leiden’. Oftewel er zijn verschillende manieren van maken en als het ons lukt om een vorm te vinden waarin die verschillende manieren in één groep kunnen functioneren zou dat mooi zijn. Er is dan geen bemoeienis of tussenkomst van de begeleidend docent nodig. Of deze oplossing ook daadwerkelijk werkt is afhankelijk van de groepssfeer, het wel of niet aanwezig zijn van bepaalde persoonlijkheden binnen de groep die dit aan durven te kaarten, en de zich nog ontwikkelende groepscultuur. Het kan echter ook gebeuren dat de groep de specifieke student uit de groep zet. De begeleidingsschil2Lees verder over de begeleidingsschil. moet dan in actie komen. Op zich valt het uitzetten te zien als professioneel gedrag van de groep. Er kunnen echter ook persoonlijke neteligheden3Mogelijk ook vanuit het verleden als bijvoorbeeld twee studenten al eens eerder hebben samengewerkt en dat tot een slechte ervaring leidde. een rol spelen. Het is dus zaak voor de begeleidingsschil om een dergelijke situatie goed te peilen en te begeleiden naar een oplossing die voor alle betrokken partijen acceptabel is.

Tijdens het project ontwikkelt zich een groepscultuur waarin studenten hun ‘rol’ moeten vinden. Soms gaat dat heel organisch, soms vinden er botsingen plaats omdat er bijvoorbeeld twee leiderstypes aanwezig zijn in de groep. Dit ontwikkelen van de groepscultuur is een bedoeld onderdeel van het project, een proces waar studenten later in hun professionele leven in allerlei variaties mee te maken krijgen.Projectonderwijs: issues Een middel om van tevoren al enig inzicht te krijgen in het mogelijke groepsproces is de Belbin of vergelijkbare teamrollentest. Zo’n test geeft op een relatief simpele manier al in het begin enig inzicht in de verschillende ‘karakters’ binnen de groep. Dit inzicht maakt eventuele wrijvingen of conflicten op dit gebied gemakkelijker bespreekbaar.

Interactie opdrachtgever – studentengroep

Projectonderwijs: mogelijke issues. Inhoudelijk gezien vindt er in de eerste fase van het project de nodige ‘aftasting’ plaats tussen opdrachtgever en studentengroep. Het presenteren van eerste ideeën en concepten op basis van de briefing is daarin belangrijk. Daaraan voorafgaand is het echter van belang dat de studentengroep een ‘debriefing’ doet waarin ze in feite checken of ze de briefing goed hebben begrepen en over hetzelfde praten als de opdrachtgever. Het simpelweg enthousiast aan de slag gaan zonder dit type checks leidt ertoe dat eventuele misverstanden hierover dan pas veel later in het proces aan het licht komen met alle gevolgen van dien.

Een ander gevaar bij de ‘aftasting’ is het, vaak aanwezige, enthousiasme van de studentengroep. Bij het ontwikkelen van de eerste ideeën en concepten zal er vaak een stortvloed aan ideeën en mogelijkheden zijn. Een veelheid aan mogelijkheden waar opdrachtgevers maar al te graag gebruik van willen maken. “Is dat ook mogelijk? Kunnen jullie dat ook maken? Te gek!”. Al snel ontstaan er dan afspraken die uitpuilen van alle producten die de studentengroep gaat maken. Afspraken die, nuchter bekeken, volstrekt onmogelijk zijn gezien de beschikbare tijd en middelen. Het is dus aan de groep, maar zeker aan de begeleidend docent, om dit goed in de gaten te houden. De meeste opdrachtgevers laten zich nu eenmaal graag meeslepen door het enthousiasme van de groep. De begeleidend docent kan beide partijen (studentengroep, opdrachtgever) hiervoor waarschuwen van tevoren maar het kan ook een didactische afweging zijn om dit niet te doen, het te laten gebeuren en dan na afloop van deze fase beide partijen te confronteren met de onhaalbaarheid van de gemaakte afspraken.

Voor de goede orde, bovenstaand enthousiasme en creativiteit van een studentengroep zijn ook juist de sterke kant van een projectgroep. Studentprojecten zijn bij uitstek geschikt om nieuwe ideeën, benaderingen en concepten te genereren omdat studenten nog niet zo ‘vastgeroest’ zitten. Een professional zal al gauw denken “het zal wel die en die kant opgaan”. De keerzijde van dit verhaal is dat een studentengroep niet zo vaak een ‘af’ eindproduct zal opleveren. Juist omdat ze de nodige tijd en energie steken in het exploreren en uitproberen van nieuwe ideeën en mogelijkheden. Het is dus zaak om alert te zijn bij de totstandkoming van definitieve afspraken. Een opdrachtgever moet hier al in de ontwikkelingsfase van het project op gewezen worden.

Reflecteren en administreren

Projectonderwijs: mogelijke issues. Een ander aspect dat aandacht vraagt tijdens een project is reflectie en administratie in de meest brede zin van het woord. Waar bij kunst- en ontwerpopleidingen de natuurlijke focus op creativiteit ligt is het tegelijkertijd belangrijk dat studenten hun creatieve proces op de een of andere manier bijhouden en vastleggen. Daar zijn verschillende redenen voor. Een eerste is didactisch, het bijhouden, beschrijven en vastleggen van het creatieve proces betekent in feite dat de groep reflecteert. Het niveau van die reflectie – in hoeverre is de studentengroep in staat om kritisch naar haar eigen handelen te kijken? – is dan een belangrijk onderdeel van de beoordeling van een groepsproject.

Een tweede reden is dat reflecteren en administreren belangrijke eigenschappen van een professional zijn. Ten eerste is het een manier om creatieve processen te verbeteren. “Wat ging er deze keer goed en fout en wat kunnen we daarvan leren voor een volgend project?” Ten tweede kan het administreren bijvoorbeeld in de vorm van versiebeheer behulpzaam zijn in het creatieve proces. “Welke versie had ook alweer dat ene ‘leuke dingetje’?” En, “Heb jij nu zitten werken met de verkeerde versie?”.

De begeleidend docent zal hier een sturende rol in moeten spelen want onmiskenbaar is er de neiging om tijdens het proces alle tijd te steken in het bedenken, ontwikkelen en produceren van het beoogde eindproduct. En als ‘de klus’ geklaard is en het beoogde eindproduct is daar, is er de neiging om weinig of geen aandacht meer te besteden aan de totstandkoming van dat eindproduct, laat staan de beschrijving van het bijbehorende proces en andere gerelateerde administratie. Studenten willen alle beschikbare tijd steken in het daadwerkelijke ‘maken’. “We gaan knallen!” is een veelgehoorde uitdrukking. Op zich een begrijpelijke reactie omdat studenten relatief nog weinig ervaring hebben met het uitvoeren en managen van een (vaak multidisciplinair) groepsproject plus bijbehorende opdrachtgever en context. Ze hebben het idee dat dan alles gericht moet zijn op het daadwerkelijk produceren. Daarnaast voelen ze ook de noodzaak niet want bij de meeste projecten is er geen uitzicht op een vervolgtraject met dezelfde studentengroep rond hetzelfde project.

De uitkomsten plus de administratie van een studentenproject kunnen mogelijk interessant zijn voor de opleiding en bijbehorend onderzoek. Als het project in kwestie onderdeel uitmaakt van een langer lopende onderzoekslijn binnen een opleiding is een goede administratie van het grootste belang. Een volgende groep kan dan beter ‘op de schouders’ van voorgaande groepen gaan staan. Studenten voelen echter haarfijn aan dat dit laatste met name voor de opleiding van belang is en niet zozeer voor de student zelf. Daarnaast willen studenten van een kunst- en ontwerpopleiding het vaak zelf uitzoeken, ondervinden, ervaren, bedenken in plaats van verder te bouwen op eerder gedane projecten en hun uitkomsten.

Een enkele keer worden de ‘uitkomsten’ van een studentenproject meegenomen naar het volgende semester door de groep of een van de groepsleden. In dat semester (of zelfs na afloop van de opleiding) wordt er dan gewerkt aan het uitwerken van dat ene goede idee of concept tot een volwaardig product. In een dergelijke situatie zien we wel voldoende administratie en verslaglegging omdat het dan simpelweg in het belang van de studenten zelf is.

Conclusie

Projectonderwijs: mogelijke issues. Concluderend zijn er dus diverse issues en valkuilen mogelijk tijdens een project. Het tijdig (h)erkennen hiervan is een belangrijke taak voor de begeleidend docent en de andere mensen binnen de begeleidingsschil. Hoe geïnformeerder, hoe beter!

 

Ga terug naar het overzicht van alle artikelen over projectonderwijs.

Voetnoten

  • 1
    Lees verder over de indeling van de studenten over de projecten.
  • 2
    Lees verder over de begeleidingsschil.
  • 3
    Mogelijk ook vanuit het verleden als bijvoorbeeld twee studenten al eens eerder hebben samengewerkt en dat tot een slechte ervaring leidde.

IJzermans, Jan J. & Machielse, Rens (2026) De kunst van ontwerponderwijs. https://dekunstvanontwerponderwijs.nl/projectonderwijs-mogelijke-issues/