Curriculumontwerp ∴ uitvoering

Curriculumontwerp: uitvoering. In de reeks Curriculumontwerp staan we stil bij de verschillende aspecten van het (door)ontwikkelen van een curriculum. Je kunt visie hebben, lijnen aanbrengen en sleutelen aan het curriculum zoveel je wilt. Maar of een curriculum daadwerkelijk effect sorteert bij de student, staat of valt met de uitvoering ervan door de docenten. In dit artikel kijken we naar die uitvoering, de bijbehorende didactiek, de verschillende rollen van de docent en de mogelijke beschrijvingen van deze uitvoering.

Verantwoordelijkheden docenten

Docenten zijn verantwoordelijk voor de realisatie van de bedoeling (inhoud en didactiek) van de modules. Inhoud en didactiek worden bepaald door de groep docenten die gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor een specifiek deel van de inhoudelijke lijn. Wat is de precieze inhoud van een module? En welke didactische vorm(en) gebruiken we om de student in staat te stellen om die inhoud daadwerkelijk te leren1Onder leren verstaan we het opdoen van relevante ervaringen, het verwerven van de bijbehorende kennis en vaardigheden, en het ontwikkelen van een leerhouding..

Focus op didactiek

Curriculumontwerp: uitvoering. De afgelopen decennia is er binnen kunst- en ontwerpopleidingen een veel bredere aandacht ontstaan voor didactiek en didactische werkvormen. De focus is verschoven van het didactische meester-gezelmodel naar het ontwikkelen van een eigen artistieke stem. Bovendien richt men zich op meer dan alleen de traditionele contexten. Ook zijn studenten mondiger en stellen zij meer eisen aan het onderwijs.
Dit heeft tot gevolg dat er tegenwoordig meer van een docent wordt gevraagd, terwijl vroeger de inzet van een professional uit het traditionele werkveld voldoende was. De huidige docent kan naargelang de situatie verschillende didactische benaderingen inzetten en tijdens het onderwijs diverse rollen aannemen, zoals die van lesgever, begeleider en beoordelaar.

Tijdens de uitvoering moeten die rollen wel duidelijk gecommuniceerd worden aan de studenten. Het gaat dan bijvoorbeeld om het switchen van begeleider naar beoordelaar en vice versa in projecten. In een derde- of vierdejaarsproject kan de docent vanuit haar begeleidersrol zeggen “Ik zie echt een duidelijke ontwikkeling in je werk, je manier van werken en je reflectie hierop. Waar je voorheen ‘dit en dit’ deed, doe je nu ‘dat en dat’, wat duidelijk een stap vooruit is”. Diezelfde docent kan bij wijze van spreken een dag later de student negatief beoordelen, omdat het geheel nog niet voldoet aan een bepaald niveau. In deze situatie weet de docent als begeleider al dat de beoordeling hoogstwaarschijnlijk problematisch zal worden. Zij kan dit tijdens de begeleiding aangeven door te vertellen dat zij vanuit haar begeleidingsrol duidelijk vooruitgang ziet bij de student, maar dat zij als beoordelaar problemen ziet met het algehele niveau. De student weet dan waar zij aan toe is.

Curriculumontwerp: uitvoering. Een docent kan ook verschillende perspectieven op een opdracht hanteren. Als het bijvoorbeeld gaat om een maakopdracht waarbij samengewerkt moet worden, kan zij zich juist focussen op de benodigde samenwerking wanneer de studenten uitsluitend op de inhoud zijn gericht. En andersom. Daarnaast heeft zij enig inzicht in de pedagogiek van de ontwikkeling van studenten. Ook kan ze samenwerken met andere docenten en disciplines. Verder kan zij participeren in onderzoek en onderwijsontwikkeling. Dit alles naast de vakinhoudelijke kant: de processen en manieren van werken van haar discipline en de onderbouwing daarvan.

Een docent die zowel lesgeeft als betrokken is bij onderzoek binnen haar opleiding, kan in de uitvoering bijvoorbeeld verbanden leggen tussen de actuele lesinhoud en het onderzoek dat zij samen met collega’s uitvoert naar mogelijke ontwikkelingen binnen haar vakgebied. Studenten krijgen daardoor een breder perspectief dan de lesinhoud op zichzelf biedt. “We hebben in deze lesreeks een aantal bestaande methodes voor muziekmastering uitgeprobeerd. In het onderzoek dat ik samen met enkele collega’s uitvoer, ontwikkelen we alternatieve benaderingen die een nieuw perspectief bieden op de methodes die we zojuist hebben geoefend. Dit betreft met name de inzet van AI bij specifieke onderdelen en momenten. Mocht je daar interesse in hebben, dan is er de mogelijkheid om in de volgende module deel te nemen aan dat onderzoek.”

Beschrijvingen onderwijseenheden en modules

Curriculumontwerp: uitvoering. Tijdens de uitvoering heeft de docent te maken met de beschreven onderwijseenheden en modules. Vooral in de achterkantbeschrijving legt zij onder andere vast welke inhoud er in een lesreeks of module aan de orde komt, wat de leerdoelen en (eventuele) opdrachten zijn, en hoe er wordt beoordeeld.2Lees verder over de voorkant- en achterkantbeschrijving. Wat betreft de bijbehorende didactische aanpak hebben veel lesreeksen, met name in het eerste studiejaar, een vrij specifieke vorm, omdat het dan qua inhoud om basiskennis & -vaardigheden gaat. “Dit zijn de praktische opdrachten die je moet maken, waarvoor je deze en deze kennis nodig hebt, die je daar en daar kunt vinden.” Een dergelijke lesreeks staat redelijk vast qua inhoud, maar ook qua didactiek. Als docent kun je die didactiek door de jaren heen immers doorontwikkelen, juist omdat de inhoud redelijk hetzelfde blijft.

Onderwijseenheden en modules later in de studie, zoals projecten, hebben een minder vastomlijnde didactische werkwijze. De uiteindelijke manier waarop een project wordt begeleid, is sterk afhankelijk van de inschatting die de docent op dat moment maakt van de situatie, de betrokken studenten en dergelijke. Zo kan een docent ter plekke een heel andere opdracht voor een lesreeks in het derde studiejaar bedenken dan vooraf was beschreven, omdat de situatie daarom vraagt. Ook kan een docent in een vierdejaarsproject voor een heel andere vorm van begeleiding kiezen als de samenstelling van de projectgroep daarom vraagt. De didactische manier van werken in een onderwijseenheid of module wordt daarom niet te specifiek beschreven in de modulebeschrijvingen. Zo behoudt de docent de ruimte om te anticiperen op situaties die zich voordoen.Inrichting curriculum: uitvoering

Curriculumontwerp: uitvoering. Het kan ook gebeuren dat een beoogd leerdoel wordt losgelaten omdat zich andere, op dat moment relevantere zaken voordoen. Het zal inmiddels duidelijk zijn dat de onderwijseenheden, modules en daarmee ook de uitvoering op de vloer niet in steen gebeiteld zijn. Uiteindelijk is het de docent die ter plekke, vaak in overleg met de studenten, beslist wat er gebeurt. Als dergelijke ‘improvisaties’ niet incidenteel blijken te zijn, is het zaak dat de docent hier een analyse van maakt, waar mogelijk in samenwerking met studenten en collega-docenten.3Lees verder over toetsen en doorontwikkeling. Waarom ‘werkt’ hetgeen er in eerste instantie bedacht was niet? Een dergelijke analyse kan dan leiden tot een herformulering van de onderwijseenheid of module, tot het inzetten van een andere didactiek, of een combinatie van beide oplossingen.

Samenwerkende docenten

De uitvoering heeft ook baat bij meerdere docenten binnen een lesreeks4Hiermee worden meerdere docenten bedoeld die (deels) gelijktijdig aanwezig zijn, en dus niet volgtijdelijk tijdens een lesreeks (bijvoorbeeld: docent A verzorgt les 1 t/m 3 en docent B les 4 t/m 8).. Er is dan sprake van verschillende rollen en perspectieven, gerelateerd aan de diverse expertises en achtergronden van de docenten. Zij geven daardoor uiteenlopende feedback en kunnen, in onderling overleg, verschillende didactische werkvormen inzetten. Een dergelijke uitvoering is realistisch, in de zin dat verschillende perspectieven ook in een professionele situatie aan de orde van de dag zijn. Dit vraagt bovendien van studenten dat zij zelf een standpunt innemen.

Ook vanuit het perspectief van de opleiding biedt de inzet van meerdere docenten voordelen. Zij kunnen bijvoorbeeld afwisselen tussen observeren en handelen: de ene keer geeft een docent les, terwijl de ander observeert en analyseert. Wat ‘werkt’ wel en wat niet? En waarom? Zo kun je heel efficiënt en effectief een lesreeks ontwikkelen op basis van een eerste versie. Daarnaast leren docenten op deze manier veel van elkaar, zowel op didactisch als vakinhoudelijk gebied.

Attitude studenten

Curriculumontwerp: uitvoering. Of de uitvoering uiteindelijk effect heeft, wordt natuurlijk niet alleen bepaald door docenten. Als een student niet gemotiveerd is en niet openstaat voor nieuwe (leer)ervaringen, zal een lesreeks geen blijvend effect hebben. Het leren, ontwikkelen en verkrijgen van nieuwe inzichten en vaardigheden vraagt van de student betrokkenheid en het openstaan voor nieuwe ervaringen.

Hoe organiseer je dit?

Al met al een mooi verhaal maar hoe organiseer je dat nou?
Uit de artikelen in deze reeks over onderwijseenheden en voorkant achterkant wordt duidelijk dat de opleiding ervoor kan zorgen dat de docenten voldoende ruimte hebben om de inhoud en vorm van een module relatief simpel aan te passen. Ze kunnen dus snel anticiperen op mogelijke ontwikkelingen, zoals de eerder genoemde ‘improvisaties’ en de gevolgen daarvan. Dit biedt ook de mogelijkheid om die inhoud en vorm heel concreet en gericht op de studenten te beschrijven. Zo weten alle betrokkenen waar ze aan toe zijn en is de kans op een goede uitvoering groter, omdat er in principe geen verkeerde verwachtingen bij de studenten worden gewekt. Mocht de beschrijving van een onderwijseenheid of module door omstandigheden niet up-to-date zijn, dan kan de docent de opzet van de lesreeks altijd tijdens de eerste les toelichten.

Gezien het belang van didactiek moeten de docenten didactisch geschoold zijn op een manier die relevant is voor onze vormen van onderwijs. Ze moeten daadwerkelijk beschikken over voldoende handvatten en een voldoende breed didactisch repertoire om lesreeksen, projecten en dergelijke te ontwikkelen en uit te voeren.

Curriculumontwerp: uitvoering. Dat docenten in teams/groepen/lijnen zijn georganiseerd, en zeker ook de manier waarop, is van groot belang. Zo voorkom je dat een docent geïsoleerd opereert. De minimale eis is namelijk dat een docent de inhoudelijke opzet van haar lesreeks(en) in samenwerking met andere docenten van het team/de groep/de lijn bepaalt, onder andere omdat lesreeksen binnen een bepaald vakgebied op elkaar afgestemd worden. Als de uitvoering van het onderwijs zo is ingericht dat er sprake is van echt samenwerkende docenten zoals hierboven beschreven, deelt een docent haar lesinhoud, leerdoelen, lesvorm en didactiek met haar collega’s. Deze manier van organiseren vraagt daar simpelweg om; men komt gezamenlijk tot een beschrijving.

 

Ga terug naar het overzicht van alle artikelen over de (door)ontwikkeling van het curriculum.

Voetnoten

  • 1
    Onder leren verstaan we het opdoen van relevante ervaringen, het verwerven van de bijbehorende kennis en vaardigheden, en het ontwikkelen van een leerhouding.
  • 2
    Lees verder over de voorkant- en achterkantbeschrijving.
  • 3
    Lees verder over toetsen en doorontwikkeling.
  • 4
    Hiermee worden meerdere docenten bedoeld die (deels) gelijktijdig aanwezig zijn, en dus niet volgtijdelijk tijdens een lesreeks (bijvoorbeeld: docent A verzorgt les 1 t/m 3 en docent B les 4 t/m 8).

IJzermans, Jan J. & Machielse, Rens (2026) De kunst van ontwerponderwijs. https://dekunstvanontwerponderwijs.nl/curriculumontwerp-uitvoering/