Uitgangspunten ∴ introductie vervolg
Uitgangspunten en doelen
Bij Introductie uitgangspunten. Vaak wordt er niet zozeer vanuit uitgangspunten gewerkt maar naar bepaalde doelen gestreefd. De twee worden soms door elkaar gehaald maar vertonen belangrijke verschillen.
Heel in het kort, werken vanuit uitgangspunten is voor de langere termijn, het stellen van doelen voor de kortere.
De uitgangspunten ‘heb je’, ook al moet je moeite blijven doen om te kijken of ze wel waardevol blijven, zie verderop. Doelen stel je of worden voor jou gesteld. Het stellen van een doel geeft je niet meteen een methode om er te komen. Vaak worden doelen juist gesteld op het moment dat de manieren van werken en middelen er (nog) niet zijn om ze te bereiken. In dat geval is een doel dus een soort ideaalplaatje. Denk bijvoorbeeld aan een voornemen als ik ga 10 kilo afvallen. Jij 10 kilo lichter kan een mooi ideaal zijn maar je bent nu blijkbaar minimaal 10 kg te zwaar: daar ben je niet zomaar terecht gekomen, wellicht is er iets mis met je uitgangspunten. Het ideaal vertelt je ook niet hoe je het voor elkaar moet krijgen. Sterker nog, een doel kan zo groots aanvoelen dat je niet tot een eerste stap kan komen.
Korte- en langetermijndoelen
Bij Introductie uitgangspunten. Een ideaalplaatje van een te bereiken eindtoestand heeft weinig betekenis, omdat die toestand niet kan bestaan. Iets vergelijkbaars zie je bij het spreken over organisaties ‘in transitie’. Alsof er een vaste begintoestand en een vaste eindtoestand bestaan met daartussenin tijdelijk een overgang. Dingen zijn altijd in beweging en moeten dat juist ook zijn. Er bestaat dus geen eindtoestand. Je moet daarom niet streven naar een ideaalbeeld dat van alles oplost maar uitgangspunten hebben die je helpen effectief te zijn voor hetgeen nodig is. Het is mogelijk te toetsen of een voornemen of een activiteit in zijn uiteindelijke uitvoering gebaseerd is op je uitgangspunten. Toetsing van het bereiken van ideaaltoestanden is daarentegen op z’n minst problematisch.
Je kunt dus zo je bedenkingen hebben bij langetermijndoelen. Kortetermijndoelen daarentegen zijn nuttig. Zeker als ze een gevolg zijn van de koppeling van een impuls tot verbetering of verandering en je uitgangspunten.
Uitgangspunten verzamelen
Uitgangspunten geven richting aan je handelen. We streven ernaar om ons hier bewust van te zijn. Maar het blijkt geregeld dat we ons deels baseren op aannames waar we ons niet of maar half bewust van waren. Zo’n aanname proberen we dan om te zetten naar een uitgangspunt of we schuiven haar na enig onderzoek welbewust terzijde. We zijn er zodoende achter gekomen dat er heel wat uitgangspunten een rol spelen en vaak ook moeten spelen.
Terug naar het voornemen boven. Allereerst zou je je kunnen realiseren dat afvallen een optie is binnen het geheel van gezond(er) leven en dat daar ook andere opties bestaan zoals meer bewegen. Verder zou je bijvoorbeeld als een van je uitgangspunten groenten zijn gezond kunnen nemen. Daar kun je waarschijnlijk meteen een eerste stap bij bedenken, bijvoorbeeld elke dag groenten eten. Misschien dat je dan niet alleen gezonder leeft maar ook afvalt…
Je bent best wat tijd kwijt met de zoektocht naar en het aanscherpen van de uitgangspunten. Daarbij word je mogelijk gehinderd door de trends van die tijd. Zoek naar de principes en behoeftes áchter zo’n trend. Wat de kop opsteekt is een uiting van wat er onder ligt. Wat zouden de achterliggende principes zijn, welke uitgangspunten gebruik ik dan en hoe toets ik die?
Het maken van goede inschattingen van huidige ontwikkelingen en van de achterliggende ideeën, principes, contexten en beweegredenen is belangrijk. Die analyses kunnen leiden tot ideeën voor de inhoud en organisatie van het curriculum. En voor de ontwikkeling van andere manieren van werken en organiseren die vervolgens kunnen worden uitgeprobeerd.


