Didactische uitgangspunten ∴ samenwerken
Didactische uitgangspunten: samenwerken. Samenwerken is wezenlijk maar je moet het wel echt leren.
In dit artikel gaan we kort in op hoe dit te leren is, dat alleen werken niet het tegenovergestelde van samenwerken is en dat de omgeving waarin de student leert ook moet samenwerken.
De vorm en inhoud kunnen variëren per werkveld en context maar samenwerken is onmiskenbaar een wezenlijk aspect van de werkvelden en contexten waar de kunst- en ontwerpopleidingen zich op richten.1Zie ook de meer algemene uitgangspunten rond samenwerken. Samenwerking zorgt er voor dat je meer kunt dan dat je alleen zou kunnen en dat je in aanraking komt met de overwegingen en manieren van werken van andere kunstenaars en ontwerpers, andere bij jouw praktijk betrokkenen en gebruikers of publiek. Ontmoetingen die feedback en nieuwe inzichten opleveren over wat je maakt en hoe je werkt.2Zie het artikel over het belang van het andere/de ander.
Opleiden voor samenwerken
Allereerst is het van belang dat de opleiding samenwerken beschouwt als de ‘normale manier van werken’ en dit vanaf het prille begin inzet. Samenwerken is dan simpelweg onderdeel van de cultuur. Het kan gaan om fysiek en zintuigelijk ervaren (£Didactiek – ‘Ervaren’ als didactisch principe). Door bijvoorbeeld samen ritmes te spelen of harmonieën en melodieën te zingen in het geval van een muziekopleiding. Of samen een onderzoekje te doen waarbij de taken verdeeld zijn over verschillende mensen om vervolgens de deeluitkomsten tot een geheel samen te voegen.
De organische manier houdt ook in dat er in eerste instantie geen specifieke aandacht besteed wordt aan samenwerken. Een student doet het gewoon omdat ze bijvoorbeeld een opdracht krijgt die ze, samen met een of meer andere studenten, tot een goed einde moet brengen.
De covid pandemie heeft pijnlijk duidelijk gemaakt hoe essentieel het is om samenwerking vanaf dag 1 te hanteren als didactisch principe binnen de opleiding. De eerstejaars lichting van HKU Muziek en Technologie hebben in 2020-2021 vrijwel niet kunnen samenwerken noch gezamenlijke ervaringen op kunnen doen omdat het onderwijs in deze periode grotendeels online werd gegeven. De docenten ervoeren deze studenten in hun latere studiejaren als erg op zichzelf gericht en duidelijk minder gewend en geneigd om samen te werken. Ze vonden het lastig om te functioneren in situaties en contexten waar dat wel gevraagd werd.
Verder in de opleiding kan er, naast de bovenstaande organische manier, wel specifieke aandacht besteed worden aan samenwerking. Studenten moeten dan bewust specifieke manieren van samenwerken kunnen inzetten afhankelijk van de situatie en de context. Dit gebeurt vaak bij het uitvoeren van projecten. Samenwerken gaat ook over jezelf. Door de confrontatie met meningen, feedback, etc. vanuit die andere disciplines kan een student meer inzicht krijgen in haar eigen artistieke en ontwerpende kwaliteiten en persoonlijkheid. Ze kan haar sterke en zwakke kanten ontdekken en welke vormen van ondersteuning ze nodig heeft en welke niet.
Rollen en perspectieven
Samenwerken betekent niet dat iedere maker hetzelfde doet, of dezelfde verantwoordelijkheid draagt. Waar de ene maker zich meer thuis voelt bij observeren, werkt een ander liever in dialoog. Een derde gaat meteen experimenteren en bij een vierde klopt het hart het hardst om te ontwerpen en te testen. Het is belangrijk om erachter te komen wat je drijft, en waar aansluiting zit in de activiteiten die nodig zijn in het project: wat geeft wie energie, waar zitten de capaciteiten en ontwikkelmogelijkheden van de betrokkenen? Met meerdere ogen kijken, verschillende perspectieven in kunnen nemen en vanuit meerdere praktijken en ervaringen werken is belangrijk om te komen tot een gemeenschappelijke focus.
Voorbeeld
In het vierdejaars groepsproject van HKU Muziek en Technologie komen studenten bij elkaar in een groep. Ieder lid heeft met een deel van hen al een of meerdere keren samengewerkt terwijl zij de anderen wel kent maar nog nooit eerder met hen heeft samengewerkt. Een nieuwe groepssamenstelling dus die ervoor zorgt dat studenten gaandeweg tijdens het werken ontdekken welke capaciteiten, ambities, etc. er bij iedereen aanwezig zijn. Een student kan dan in eerste instantie denken dat zij wel de eindmixages zal doen van de muzikale producten die de groep gaat maken omdat zij dit tot nu toe altijd heeft gedaan in projecten en daar een bepaalde vaardigheid in heeft ontwikkeld. Maar als zij vervolgens tot de ontdekking komt dat een andere student veel sneller is in het maken van eindmixages zal zij misschien een andere taak op zich gaan nemen bijvoorbeeld de communicatie met opdrachtgevers. Een rol waarin ze misschien ontdekt dat die haar juist heel goed ligt (of juist niet). Of ze gaat intensief samenwerken met die andere student omdat ze graag wil leren van haar aangezien zij blijkbaar juist heel erg goed is in eindmixages. In met name de eerste fase van zo’n groepsproject zie je dus de nodige ‘bewegingen’ binnen de groep totdat iedereen een bepaalde rol/rollen heeft aangenomen en positie(s) heeft ingenomen. Dit komt tot stand door samen te werken aan de opdrachten die er liggen. En een van die opdrachten is het vormen en ontwikkelen van een bedrijf of collectief samenwerkingsverband.£
Samen en alleen
Voor de duidelijkheid: samenwerken betekent niet dat er niet individueel gewerkt wordt. Samenwerken heeft twee lagen. De samenwerking als geheel, bijv. in een project, en het samen werken aan iets binnen dat geheel. Dat laatste zal deels individueel gebeuren. Veel samenwerkingen bestaan uit een afwisseling van individueel en samen werken. Het maken van een animatiefilm, het maken van een choreografie, het ontwerpen van een interactieve installatie in de openbare ruimte. Het zijn allemaal activiteiten van een continue afwisseling tussen individueel en samen werken is.
Die afwisseling tussen individueel en samen werken is logisch. Het is binnen een project van enige omvang haast onmogelijk, en zeker niet aan te raden, om alle ‘onderdelen’ van een maakproces samen uit te voeren. Binnen een curriculum zijn er dan ook allerlei vormen van lessen, bijbehorende opdrachten, en andere onderdelen die vragen om of de mogelijkheid bieden voor individueel werken, al dan niet in het kader van samenwerking. Dit gebeurt ook binnen één discipline die deel is van zo’n groter project.
Zo zal de sound designer binnen een filmproject individueel werken met bijv. het materiaal van de dialoogeditor. Zij zijn samen door de film gegaan om te bepalen hoe de dialogen van een bepaald filmkarakter moeten klinken. En de auteur van een boek werkt op bepaalde momenten in het schrijfproces, naast het individuele schrijven, samen met een redacteur. Samen nemen ze haar tekst voor een specifiek hoofdstuk door.
En zo is een compositieopdracht bijvoorbeeld individueel. Maar de compositiestudent in kwestie zal binnen deze opdracht weer samenwerken met bijvoorbeeld uitvoerende musici. Of met een opnametechnoloog die een opname maakt van haar compositie.
Al doende ervaren studenten zo de verschillende vormen van samenwerking. Ze leren hiermee om te gaan en hun weg daarin te vinden.
Toch alleen?
En die ene student die echt niet functioneert binnen samenwerkingen wordt het al snel duidelijk dat zij in haar toekomstige praktijk dan toch in ieder geval zal moeten samenwerken met collega’s die de samenwerking en communicatie rond haar werk voor hun rekening gaan nemen.3Deze zin formuleert ogenschijnlijk een tegenstelling maar de praktijk leert dat dergelijke studenten uiteindelijk wel in staat zijn om een verbinding aan te gaan met een of meerdere collega’s die alle verbindingen (dus ook samenwerkingen) met de ‘buitenwereld’ aangaan zodat zij gewoon alleen haar ‘ding’ – datgene waar ze goed in is – kan doen. Voor deze kwetsbare positie leiden we niet op maar het kan wel het resultaat zijn van hoe de studie verloopt voor een individuele student. Daar waar een student echt niet functioneert binnen de groepsprojecten kan die student gefaciliteerd worden met een individueel traject binnen een groep andere ‘individuele werkers’. In een dergelijke groep kunnen de studenten dan nog steeds samenwerken en elkaar helpen indien zij dat wenselijk vinden of ingezet worden voor een bepaalde taak door andere projectgroepen.
De organisatie errondheen
Als je wilt dat samenwerken een didactisch principe is binnen de opleiding zal de opleiding zelf, en daarmee bedoelen we de interne organisatiestructuur, ook gericht moeten zijn op samenwerking.4Lees verder. Natuurlijk kan een individu veel, maar in een goede samenwerking kom je tot meer. Je leert van elkaar door andere didactische invalshoeken mee te maken, je verruimt je blikveld in voor jou nieuwe contexten en leert elkaar echt kennen in het werk. Dit is belangrijk voor de opleiding en houdt het leuk voor het docententeam. Vanzelfsprekend moest er een goed kader geboden worden om de klaarblijkelijke meerwaarde te kunnen aantonen. Samenwerking vindt niet alleen plaats bij ontwikkeling van nieuw onderwijs maar ook in lessen£, beoordelingen, verkenningen en experimenten met nieuwe ontwikkelingen in de werkvelden.
Voorbeeld
Twee docenten kregen de vraag om de visie van HKU Muziek en Technologie op toetsen en beoordelen te formuleren. Hiervoor moesten zij samen de relevante basisdocumenten bestuderen, collega-docenten en de studieleiding interviewen, en in samenwerking, mede gebaseerd op eigen en gedeelde ervaringen, tot een einddocument komen. Naast de genoemde interviews, hadden ze onderling intensieve gesprekken om tot een gezamenlijke visie te komen. De samenwerking leverde uiteindelijk, naast een goed document, waardevolle kennis en inzichten op bij beide docenten én bij het docententeam als geheel.
Voetnoten
- 1Zie ook de meer algemene uitgangspunten rond samenwerken.
- 2Zie het artikel over het belang van het andere/de ander.
- 3Deze zin formuleert ogenschijnlijk een tegenstelling maar de praktijk leert dat dergelijke studenten uiteindelijk wel in staat zijn om een verbinding aan te gaan met een of meerdere collega’s die alle verbindingen (dus ook samenwerkingen) met de ‘buitenwereld’ aangaan zodat zij gewoon alleen haar ‘ding’ – datgene waar ze goed in is – kan doen. Voor deze kwetsbare positie leiden we niet op maar het kan wel het resultaat zijn van hoe de studie verloopt voor een individuele student.
- 4Lees verder.
