Didactische uitgangspunten ∴ eigen koers student
Didactische uitgangspunten: eigen koers student. Veel kunst- en ontwerpopleidingen pleiten ervoor dat elke student gedurende de studie een eigen koers uitzet. Dit vertaalt zich vervolgens in uitspraken als: “een student moet zelf kunnen kiezen wat zij wil leren” en “een opleiding moet de vrije keuze van de student faciliteren”. Hoewel dit op het eerste gezicht positief klinkt, zijn er de nodige kanttekeningen bij te plaatsen. Het simpelweg formuleren van een didactisch uitgangspunt als ‘de ontwikkeling van een eigen koers door de student staat centraal’ is dan ook te simplistisch en vraagt om nadere uitwerking. Die proberen we in dit artikel te geven.
De werkvelden waar kunst- en ontwerpopleidingen zich op richten zijn voortdurend in ontwikkeling en bestaan voor een groot deel uit zzp’ers. En als opleiding wil je dat afgestudeerden in staat zijn om bij te dragen aan die werkvelden en de samenleving en oordeelkundig en ontwerpend om te gaan met ontwikkelingen die daarin plaatsvinden. Als je dit alles weet en vindt is het logisch om een student tijdens haar opleiding al te laten ‘oefenen’ met het bepalen van een eigen koers want ze zal dat later in het werkveld ook moeten doen.
Eigen koers en eigenheid
Didactische uitgangspunten: eigen koers student. Naast het uitzetten van een eigen koers is het ontwikkelen van een eigen artistieke identiteit een belangrijk gegeven in de Westerse cultuur. Een student op een kunst- of ontwerpopleiding wil een eigenheid ontwikkelen, een eigen ruimte in het discours innemen. Een wens die zich o.a. uit in de drift om nieuwe en eigenzinnige dingen te willen maken. Gaandeweg de studie komt de student er achter dat er al heel veel gemaakt is. Een inzicht dat haar moedeloos kan maken omdat ze het gevoel krijgt dat ze niet meer origineel en creatief kan zijn omdat ‘alles immers al gemaakt is’. Dit kan ertoe leiden dat ze een creatie in wording al heel snel opgeeft omdat ze constateert dat ‘het lijkt op die creatie van X’. Of ze gaat zich bewust afsluiten voor het repertoire van haar discipline uit angst te veel beïnvloed te worden of geblokkeerd te raken. Waar een student voorafgaand aan of in het begin van haar studie nog relatief onbevangen creëert, neemt die onbevangenheid snel af. Ze wordt zich bewust van de context(en) en bijbehorende repertoires waarin ze terecht gaat komen en waartoe ze zich moet gaan verhouden. Het volgende inzicht zal dan moeten draaien rond wat eigenheid feitelijk is. Eigenheid bestaat in een enkel geval uit een of enkele opvallende eigenschappen waarmee je je onderscheidt van anderen, het grote ‘once-in-a-lifetime’ talent. Maar bij verreweg de meeste kunstenaars en ontwerpers bestaat eigenheid uit de combinatiemogelijkheden van een aantal goed ontwikkelde eigenschappen. Het is belangrijk je te realiseren dat het niet om het ontwikkelen van onderscheidende, opvallende producten en manieren van werken gaat maar om vaardigheden in manieren van werken waarmee je bepaalde combinaties kan maken. Wat anderen al doen is dan niet meer bedreigend maar vormt welkom ‘leermateriaal’.
Zo kun je bijvoorbeeld een erkend designer van de publieke ruimte zijn, of je bent een topwetenschapper op het gebied van psychoakoestiek. Als je echter beide tot op voldoende hoogte beheerst en weet te combineren ben je in staat om een specifieke openbare ruimte plus bijbehorende geluidsabsorberende objecten te ontwerpen. Weinig mensen kunnen dit want het is meestal of het ene of het ander. Een student kan meer inzicht in haar mogelijke eigenheid krijgen door te onderzoeken, door uit te proberen, door te maken, door te ervaren, door een eigen koers te ontwikkelen.
Ondersteunen en sturen
Didactische uitgangspunten: eigen koers student. Een volgende vraag is wanneer wij de ontwikkeling van de eigen koers van de student ondersteunen en wanneer wij die ontwikkeling sturen? Het eerste studiejaar is bij de meeste opleidingen het jaar waar de nodige kennis en ervaring opgedaan moet worden als het gaat om de basis van het vakgebied. Een student is daar nog volop aan het ontdekken, uitproberen, oefenen, ervaren, leren, etc. Ze zal nog geen of weinig begrip hebben van mogelijke toepassingen en contexten. En ze weet nog niet wat ze niet weet. In deze beginfase is het dan ook niet zinvol om een student haar eigen studietraject te laten bepalen. Hier is het de opleiding die de regie voert. Belangrijk is wel dat die regie de student voorbereidt op het maken van eigen keuzes verderop in de studie. Zij moet er voor zorgen dat bijvoorbeeld een student product design daadwerkelijk ervaart – op eerstejaars niveau – wat product design inhoudt maar ook wat andere vakgebieden die op de een of andere manier ‘raken’ aan product design inhouden. Dit laatste natuurlijk tot op zekere hoogte gezien de beschikbare tijd maar bijvoorbeeld twee projectperiodes van elk drie weken waarin een student samenwerkt met studenten uit die andere vakgebieden kunnen al een ervaring opleveren die tot nieuwe inzichten leidt.
Studieplan
Vanaf het tweede studiejaar kan er wel een eerste eigen voorzichtige koers uitgezet worden in die zin dat een student bepaalde keuzes kan maken die ze moet motiveren en die ook ondersteund worden door haar werk uit het eerste jaar. Dit principe – het kunnen onderbouwen van keuzes en de ondersteuning van die keuzes door het werk – kan door de gehele opleiding heen gebruikt worden. Zo kan ieder studiejaar eindigen met een studieplan van de student voor het volgende studiejaar dat zij voorlegt aan een commissie van docenten die haar kritisch bevraagt over haar studieplan, het plan uiteindelijk goedkeurt, of ten dele goedkeurt met huiswerk voor de student, of afkeurt met de opdracht om met een nieuw en beter gefundeerd plan te komen. Bij het wijzigen of opnieuw formuleren van het studieplan kan een student dan eventueel begeleiding krijgen van een docent.
Moet een student alles kunnen kiezen?
Het antwoord daarop is nee. Daar zit een praktische component aan: je kunt simpelweg niet alles zo roosteren dat iedere student altijd alles kan kiezen. En er zit, belangrijker, een inhoudelijke component aan. Als de keuze helemaal vrij zou zijn en alle keuzes zouden mogelijk zijn komt de keuze van een student al snel neer op het samenstellen van een pretpakket: “doe mij maar alles wat ik leuk vind.”1Zie ook hier. Dit stelt dus eisen aan de opleiding. Die kan sturend zijn bij het studieplan door het bepalen van de (on)mogelijkheden qua keuze.
Hoe richt je dit curriculair in?
Didactische uitgangspunten: eigen koers student. De keuzemogelijkheden zullen dus door de opleiding bepaald moeten worden. Als je als opleiding het ontwikkelen van een eigen koers door de student serieus neemt zul je daar ook de nodige keuzemogelijkheden voor moeten creëren. Die zullen zoveel mogelijk realistische profielen moeten kunnen faciliteren: (toekomstige) beroepspraktijken die je ziet in of kunt verwachten voor het werkveld en die gebaseerd zijn op bovengenoemde mogelijke combinaties van vaardigheden. Een voorbeeld hoe je dit kunt inrichten:
Voorbeeld
HKU Muziek en Technologie kent een zestal studierichtingen en een zevental vakgebieden. Zie onderstaand schema.
In het tweede studiejaar moet iedere student een tweetal vakgebieden kiezen binnen de mogelijkheden van de gekozen studierichting; de witte bolletjes geven de keuzemogelijkheden binnen een studierichting aan. In dat jaar gaat de student die twee vakgebieden combineren, of juist tegenover elkaar zetten, of echt integreren. Dit loopt door tot en met de eerste twee maanden van het derde studiejaar waarna de stage volgt en een eerste lange projectperiode (het tweede semester). De keuzemogelijkheden per studierichting zijn niet onbegrensd want dat valt simpelweg niet te roosteren. En ze zijn gebaseerd op relevantie, het daadwerkelijk aanwezig zijn in het werkveld waarbij het lang niet altijd het geval is dat beide vakgebieden even sterk aanwezig zijn in een persoonlijk profiel. In bijvoorbeeld de studierichting Composition for Media zal compositie in principe het belangrijkste vakgebied zijn. Hoe die uiteindelijke compositie klinkt heeft alles te maken met muziekproductie. En of er originele klanken in de composities gebruikt worden raakt weer aan klankontwerp. Maar een mediacomponist kan er ook voor kiezen om zich te verdiepen in sound design waarmee je het totaal van een soundtrack (filmmuziek + sound design) kunt ontwerpen. Of ze kiest juist voor die combinatie omdat ze misschien uiteindelijk wel meer de richting van sound design op wil gaan.
Dit alles is afhankelijk van de student zelf, de keuzes die ze maakt en de balans die ze aanbrengt tussen die twee vakgebieden. In de projecten die zij kiest (ook al in het tweede studiejaar) kan zij accenten aanbrengen al naar gelang haar interesses en talenten op dat moment omdat er binnen die vakgebieden per studieblok van twee maanden ook weer keuzemogelijkheden zijn.2Afhankelijk van het vakgebied zijn er binnen een studieblok van 2 maanden ook weer verschillende keuzes te maken. Het vakgebied compositie kent bijvoorbeeld drie of meer verschillende compositieprojecten per studieblok. Enerzijds dwingt een dergelijke constructie de student zich goed bewust te zijn van de keuzes en mogelijke consequenties. Anderzijds zijn er meer dan voldoende keuzemogelijkheden omdat er, zoals gezegd, binnen de vakgebieden ook weer keuzes zijn per studieblok.
Het geheel functioneert goed. Het moeten kiezen van twee vakgebieden levert nieuwe perspectieven en een groter referentiekader op. Veel studenten integreren op hun eigen manier de twee vakgebieden en ontwikkelen zo het begin van een eigen profiel, hun eigenheid, dat zich verder doorzet in de latere projectperiodes. Een enkele keer gebeurt het dat een student 2 vakgebieden kiest die in principe geen mogelijke combinatie zijn. Als de onderbouwing daarvoor kloppend is, wordt er naar een mogelijke route gekeken. En het gebeurt ook dat een student gaandeweg het tweede studiejaar een switch wil maken. Ook dat is mogelijk. Als de onderbouwing hiervoor hout snijdt zal de student wel extra inspanningen moeten leveren om op het juiste niveau te komen binnen de nieuw gekozen vakgebieden
Hoe kunnen docenten dit ondersteunen?
Didactische uitgangspunten: eigen koers student. Voor docenten is het belangrijk dat ze beseffen dat de interactie tussen docent en student in de loop van de studie verandert. In het eerste jaar heb je de regie als docent in die zin dat jij dan nog bepalend bent. Je vertelt in feite hoe de wereld in elkaar zit en je hebt de wijsheid in pacht. In de latere jaren krijgt de student steeds meer een eigen inbreng en moet je daar als docent voor openstaan. Gerard van Wolferen formuleert een en ander als volgt:
In het docentencorps van Muziek en Technologie is geen plek voor diva’s en goeroes. Het ego dient opzij gezet te worden in het belang van de kwaliteit van het onderwijs, dat ontwikkelingsgericht van aard is. Dat is echt een kwaliteit die je nodig hebt om goed te kunnen functioneren binnen het team. Nieuwe docenten zou Gerard daarom als volgt briefen:
“We verwachten niet dat je hier komt om je vak te geven, maar om een student te begeleiden in zijn ontwikkeling. Dus dat betekent dat je je ook ontvankelijk moet opstellen. Dat je moet proberen te begrijpen wie die student is. En wat hij wil, wat hij kan.”
Bij Muziek en Technologie wordt het niet getolereerd als docenten hun eigen ‘winkeltje’ openen. Gerard geeft aan: “Het grootste geheel wat we hebben is de hele opleiding. En als je als docent weet wat je eigen plaats is binnen het geheel, dan kun je optimaal én naar eigen inzicht werken.”
Als een docent daarentegen te veel zijn ‘eigen ding’ gaat doen of – erger nog – zijn wil gaat opleggen aan anderen, dan kan daar in het team behoorlijk allergisch op gereageerd worden. Vervolgens kunnen er twee dingen gebeuren: of die persoon gaat weg, of hij blijft, maar stopt met solistisch te opereren.
In de latere studiejaren staat niet meer de vakinhoud voorop maar staat het persoonlijke pad van ontwikkeling van iedere student centraal. Als docent heb je dan niet meer per se de wijsheid in pacht maar kijk je wat een student inbrengt. En daar reageer je op vanuit jouw kennis en ervaring. Op die manier ondersteun en begeleid je een student in haar ontwikkeling.
Wat vraagt dit van de student zelf?
Didactische uitgangspunten: eigen koers student. De praktijk laat zien dat niet iedere student in staat is om tijdens haar studie al een eigen koers uit te zetten en daarmee haar eigen ontwikkeling in gang te zetten. Bij de ene gaat dit gemakkelijker en/of sneller dan bij de andere wat vaak ook te maken heeft met de persoonlijke ontwikkeling die gelijktijdig plaats vindt. Er is een grote variatie onder studenten als het gaat om die persoonlijke ontwikkeling. Soms zie je een student die al moeite heeft om iets als een agenda bij te houden, om op tijd te komen op afspraken, om te ‘leveren’ en soms zie je een student die dit al vanaf haar eerste studiejaar in de vingers heeft. Het eerste type zal de nodige moeite hebben met het ontwikkelen van die eigen koers omdat ze al haar handen vol heeft aan bijvoorbeeld ‘het leven’ op zich. Begeleiding is dan hard nodig, niet alleen van docenten maar bijvoorbeeld ook van een tutor die met name de student in die persoonlijke ontwikkeling kan ondersteunen.
Conclusie
Didactische uitgangspunten: eigen koers student. Het ondersteunen van de ontwikkeling van een eigen koers van/door de student is een belangrijk didactisch principe. Belangrijk omdat het kunnen ontwikkelen van een eigen koers essentieel is om de eigenheid van de student te ontwikkelen en daarmee in het werkveld te kunnen functioneren. De opleiding moet daarbij een actieve rol spelen door de regie te houden. Zij bepaalt de keuzemogelijkheden en toetst de studieplannen van de student. Vermeden moet worden om kiezen mogelijk te maken op het moment dat de student onvoldoende overzicht en feeling voor het vakgebied heeft of keuzes die buiten de in het curriculum aanwezige keuzemogelijkheden vallen onvoldoende kan onderbouwen. In toenemende mate gedurende de studie komt de individuele ontwikkeling van de student centraal te staan gebaseerd op de eigen koers die de student aan het ontwikkelen is met hulp en feedback van docenten. Het niveau, de precisie, de onderbouwing, etc. van die eigen koers in de vorm van het studieplan zal steeds specifieker en gedetailleerder worden gaandeweg de opleiding. Dit omdat de student zelf steeds meer ervaring, inzichten en reflecterend vermogen opdoet.
Voetnoten
- 1Zie ook hier.
- 2Afhankelijk van het vakgebied zijn er binnen een studieblok van 2 maanden ook weer verschillende keuzes te maken. Het vakgebied compositie kent bijvoorbeeld drie of meer verschillende compositieprojecten per studieblok.

