Ontwerpen en de toekomst
Kunst en ontwerpen hebben een speciale relatie met de toekomst. In de wetenschap en met het gezond verstand probeert men de toekomst te voorspellen of het verleden of heden zo te formuleren dat het implicaties heeft voor mogelijke toekomsten. In de kunsten en het ontwerpen probeert men zich voor te bereiden op een toekomst die door die voorbereiding zelf wordt vormgegeven. Waar de wetenschap veel nadruk legt op informeren, begrijpen en verklaren, gaat het bij de kunsten en het ontwerpen om maken, inspireren en erbij betrekken.
Wanneer je de toekomst tastbaar en voelbaar wil vormgeven zul je moeten ontwerpen. Wanneer je haar wilt voorspellen of beschouwen kun je iets anders doen. Ontwerpers en kunstenaars vormen een belangrijke beroepsgroep in Nederland omdat zij zich bezighouden met het maken van en voor een, vanzelfsprekend nog niet bestaande, toekomst. Geen extrapolatie of doorrekening maar een verwerkelijking van iets dat er niet was maar wel ‘nodig’ blijkt te zijn, door iets tastbaars en voelbaars te maken.
Je moet vanwege deze functie als maker altijd sterk betrokken zijn bij degenen voor en met wie je toekomst vormgeeft. Het gaat om die situatie en die groep. Dit werkt niet als je de opdracht krijgt om globale maatschappelijke problemen op te lossen, bijv. ‘we willen een toekomst waarin meer mensen aan het werk zijn en ze meer verdienen’. Dit is veel te globaal en non-situationeel voor ontwerpen. Ontwerpers kunnen wel bijdragen vanuit een bepaalde situatie en groep. Al die bijdragen samen kunnen zeker leiden tot globale verbetering of vernieuwing. Maar in die volgorde en niet andersom.
Naar enig begrip voor deze belangrijke functie van kunst en ontwerpen
Dit krijgt wetenschappelijk en politiek te weinig aandacht, waarschijnlijk omdat beide zelf claims leggen op de vormgeving van de toekomst – maar dan toch niet in deze tastbare vorm. Gelukkig proberen ze in de antropologie die zich richt op ontwerpen en het maakonderzoek wel enig begrip te krijgen voor deze belangrijke functie van kunst en ontwerpen.
Vooruitzien en voorspellen
“Er moet hier een kritisch onderscheid worden gemaakt tussen vooruitzien en voorspellen. Planners en beleidsmakers maken al lange tijd de fout te veronderstellen dat de toekomst alleen kan worden gerepresenteerd door haar te voorspellen. Voorspellen wil zeggen: speculeren over een nieuwe stand van zaken die nog niet gerealiseerd is en vooraf de stappen specificeren die genomen moeten worden om daar te komen. Vooruitzien daarentegen is vooruitlopen op de dingen en ze achter je aan slepen, in plaats van te projecteren door een extrapolatie vanuit het heden. Als je niet over de toekomst speculeert maar vooruitziet, improviseer je de overgang [van het heden naar de toekomst] in plaats van te innoveren op basis van representaties van het niet-bekende. Hoe gaan de dingen in een wereld waarin ze steeds aan het ontstaan zijn in plaats van voorbestemd te zijn. Wat als alles steeds op de rand van het werkelijke zit?
En het gaat om het openen van wegen in plaats van het stellen van doelen; over verwachting en afwachting, niet over bepaling vooraf. Het belangrijkste is dat bij vooruitzien de verbeelding betrokken is. Dit houdt in dat we verbeelding niet moeten zien als het vermogen om beelden op te roepen, of om dingen in hun afwezigheid weer te geven, maar als inzicht in een wereld in wording.”1Ingold & Gatt 2013 From description to correspondence. In: Gunn, Otto & Smith 2013 Design Anthropology. Theory and practice. London: Bloomsbury Academic: p.145. Vertaling Jan IJzermans.
Anticiperend vermogen
“Om te kunnen anticiperen heb je niet alleen gegevens, feiten en kennis en kunde nodig maar net zo goed het ontwerpend vermogen om te kunnen omgaan met het onbekende en onvoorspelbare. Dit vermogen is essentieel als je werkt in complexe, onzekere omstandigheden en de dynamiek van voortdurende transformatie eigen aan mensen en hun omgeving.
Naast de noodzakelijke stabiele verklarende kennis moeten mensen ook in staat zijn deel te nemen aan processen die hen in staat stellen betekenis te geven aan de omgeving waarin zij leven, gebaseerd op de voortdurende ontwikkeling van ervaringen, emoties en waarden. Deze zogenaamde secundaire zintuiglijke gegevens zijn de primaire bronnen om betekenisvolle interacties tussen de omgeving en haar bewoners te genereren. Zij richten zich op transformaties in de wereld. Dit impliceert dat het niet zozeer om voorspellen gaat maar eerder om voorbereiden, gericht op maken, van een aantal dingen die in de toekomst zouden kunnen gebeuren, ofwel: anticiperen. Transformaties waarbij mensen en hun interacties betrokken zijn, zijn altijd maar gedeeltelijk voorspelbaar. Onze ervaring is dat er in ontwerp- en artistiek onderzoek veel expertise wordt ontwikkeld in het actief betrekken van secundaire zintuiglijke gegevens. Daarom suggereren wij dat het ontwikkelen van de anticiperende manier van denken en handelen in een ontwerpcontext een betekenisvolle bijdrage kan leveren aan toekomstgericht onderzoek en een aanvulling kan zijn op de op voorspelling gerichte manier van denken in de wetenschappen. […] Ontwerp en ontwerponderzoek bieden een vruchtbare context om anticiperende competenties en activiteiten te verrijken en te versterken die het mogelijk maken om toegang te krijgen tot dat wat vaag, glibberig en veranderend is, het te omarmen en er doorheen te navigeren. In dergelijke vage omstandigheden is het anticiperen op het ’toekomstige’ of het ‘nog niet’ grotendeels afhankelijk van de kracht van de verbeelding, de manier van denken die kan omgaan met met latente en verborgen aspecten en de hiaten in het expliciet bekende. De verbeeldingskrachtige geest werkt vanuit een andere aandacht voor de wereld, die in staat is een dialoog op te bouwen met het onbekende en daardoor in staat is te leren van de toekomst en te anticiperen op andere gronden dan op basis van prognoses.”2Annelies de Smet en Nel Janssens 2016 Probing the future by anticipative design acts. In: DRS 2016 Future-focused thinking: 2761-2794. Vertaling Jan IJzermans.3The competence to anticipate is not only dependent on the availability of data, facts and knowledge but equally requires a designerly capacity to work confidently with the unknown and the unpredictable. This latter capacity is essential when operating in conditions of complexity, uncertainty, and dynamics of continuous transformations that involve people and their environment. Apart from the necessary stable explanatory knowledge people also need to be able to engage in processes that allow them to make sense of and give significance to the environment they inhabit, based on the continuous evolvement of experiences, emotions and values. These so-called secondary-sense data are the primary resources to generate meaningful interactions between the environment and its inhabitants. Secondary-sense data are geared towards interactions that focus on transformations in the world. This implies that what is at stake here is not really prediction but rather a preparing, in the generative sense, of some things that might happen in the future. And this is a matter of anticipation. Transformations that involve people and their interactions are always only partially predictable. In our experience, in design and artistic research a lot of expertise is being developed in actively involving secondary-sense data. Therefore, we suggest that developing the anticipative mode of thinking and acting in a design context can meaningfully contribute to future-oriented research and can complement the prediction-oriented mode of thinking in the sciences. In this context, anticipative acts aim at dealing with shape-shifting aspects of reality. Design and design research then offer a fertile context to enrich and strengthen anticipative competences and actions that enable to access, embrace and navigate through that what is fuzzy, slippery and changing. In such fuzzy conditions, anticipating the ’to-come’ or the ‘not-yet’ is considerably depending on the strength of imagination as the mode of thinking that can deal with the gaps in the explicitly known and with latent and hidden aspects. The imaginative mind departs from a different attention to the world, one that is able to construct a dialogue with the unknown and hence, enables to learn from the future, and to anticipate on different grounds than prognosis.”
Voetnoten
- 1Ingold & Gatt 2013 From description to correspondence. In: Gunn, Otto & Smith 2013 Design Anthropology. Theory and practice. London: Bloomsbury Academic: p.145. Vertaling Jan IJzermans.
- 2Annelies de Smet en Nel Janssens 2016 Probing the future by anticipative design acts. In: DRS 2016 Future-focused thinking: 2761-2794. Vertaling Jan IJzermans.
- 3The competence to anticipate is not only dependent on the availability of data, facts and knowledge but equally requires a designerly capacity to work confidently with the unknown and the unpredictable. This latter capacity is essential when operating in conditions of complexity, uncertainty, and dynamics of continuous transformations that involve people and their environment. Apart from the necessary stable explanatory knowledge people also need to be able to engage in processes that allow them to make sense of and give significance to the environment they inhabit, based on the continuous evolvement of experiences, emotions and values. These so-called secondary-sense data are the primary resources to generate meaningful interactions between the environment and its inhabitants. Secondary-sense data are geared towards interactions that focus on transformations in the world. This implies that what is at stake here is not really prediction but rather a preparing, in the generative sense, of some things that might happen in the future. And this is a matter of anticipation. Transformations that involve people and their interactions are always only partially predictable. In our experience, in design and artistic research a lot of expertise is being developed in actively involving secondary-sense data. Therefore, we suggest that developing the anticipative mode of thinking and acting in a design context can meaningfully contribute to future-oriented research and can complement the prediction-oriented mode of thinking in the sciences. In this context, anticipative acts aim at dealing with shape-shifting aspects of reality. Design and design research then offer a fertile context to enrich and strengthen anticipative competences and actions that enable to access, embrace and navigate through that what is fuzzy, slippery and changing. In such fuzzy conditions, anticipating the ’to-come’ or the ‘not-yet’ is considerably depending on the strength of imagination as the mode of thinking that can deal with the gaps in the explicitly known and with latent and hidden aspects. The imaginative mind departs from a different attention to the world, one that is able to construct a dialogue with the unknown and hence, enables to learn from the future, and to anticipate on different grounds than prognosis.”